

Het pand is een goed voorbeeld van een Bossche patriciërswoning uit het einde van de 18e eeuw. Het is symmetrisch, sober en toch harmonieus van verhoudingen.
Met rechts een suite (nu vóór biljartkamer en achter haardkamer van de sociëteit), en links van de voordeur de bestuurskamer, het trappenhuis en de keuken.
Plaatselijk is het voorzien van fraaie ornamenten in Lodewijk XVI – stijl. Het is een van de weinige Bossche panden met eigen stoeppalen met hek en een privéstoep.
In het bovenlicht, het venster boven de voordeur, is een figuur uit de Griekse mythologie afgebeeld: Atlas die volgens de klassieken de wereldbol op zijn schouders droeg.
De voorgevel heeft een kroonlijst met eier- en tandlijst, hardstenen omlijstingen van de ingangstravee (festoenen) en vensters, en een iets vooruitspringend middenstuk.
Al in het begin van de 18e eeuw is de huisnaam van het pand: “De Wereld”. De voorgevel vertelt nog iets uit de tijden van wateroverlast. Bij de ingang zit een kleine gedenksteen met de tekst: 18 maart 1876, met daarbij een streepje, dat aangeeft hoe hoog het water toen in de Peperstraat gestaan heeft.
Achter de voordeur bevindt zich een lange, brede gang, met marmer belegd. Opvallend zijn de houten lambrisering, de in klassieke motieven gestuukte ornamenten (Lodewijk XVI) en de gebogen deurstijlen.
Achterin de tuin staat een 19e-eeuws dienstgebouw, waarschijnlijk het koetshuis. Verder valt de door klassieke zuilen geschraagde loggia op, ook wel stoa genoemd.
In de tuin zelf ziet U ook het origineel van de zwarte arend van het pand Markt 11.