
De Oudshoornse kerk is een monumentaal kerkgebouw is gebouwd in 1665 door Daniël Stalpaert, in opdracht van Cornelis de Vlaming van Oudtshoorn. De kerk is het op twee na oudste monument van Alphen aan den Rijn met een grondplan van een Grieks kruis. Het heeft prachtige gebrandschilderde ramen en onder de kerk bevindt zich een grafkelder. Ook dit jaar zijn er rondleidingen met uitleg over de gebrandschilderde ramen en kan de grafkelder bezocht worden. Als de rouwkamer niet bezet is, zal deze ook te bezichtigen zijn.
In het begin van de 17e eeuw was Cornelis de Vlaming van Oudshoorn ambachtsheer van de heerlijkheid Oudshoorn en Gnephoek. De inwoners van Oudshoorn ‘kerkten’ in het naastgelegen Alphen. In 1656 vroeg Cornelis de Vlaming aan de Staten van Holland en West-Friesland toestemming om in zijn eigen heerlijkheid een eigen kerk te mogen bouwen. In 1661 verleende het Hof van Holland sententie over de scheiding van de kerkelijke jurisdictie tussen Alphen en Oudshoorn.
Er werd begonnen aan de bouw van een kerk, school, pastorie en kosterswoning. De totale kosten van deze bouw bedroegen 42.000,- gulden. Hiervan werd door de bevolking van Oudshoorn en de Gnephoek en de kerkgemeente 15.000,- gulden opgebracht, te betalen in vijf termijnen. Niet iedereen was het eens met de verplichting mee te betalen, er is een bezwaarschrift bewaard gebleven.
De ambachtsheer zorgde zelf voor de rest van de financiering, deels door de uitgifte van obligaties en hij vond in zijn uitgebreide netwerk in de hogere kringen weldoeners bereid bij te dragen. De schenkers kregen een gebrandschilderd raam in de kerk, dat waren onder andere Prins Willem III, het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Amsterdamse professor en burgemeester Nicolaes Tulp. In totaal zijn 17 gebrandschilderde ramen vervaardigd met de namen, wapens, symbolen en spreuken van de weldoeners, deze zijn allemaal nog in goede staat in het kerkgebouw aanwezig.
De kerk werd gebouwd onder leiding van Daniël Stalpaert, die eerder de Hervormde kerk in ‘s-Graveland en later de Oosterkerk in Amsterdam bouwde in vergelijkbare vorm. In 1665 was de bouw voltooid en dominee Gerardus Haeck werd benoemd als eerste predikant.
In 1665 kreeg De Vlaming op diens verzoek octrooi van de Staten van Holland om jaarlijks in de heerlijkheid het bede- of hoofdgeld te heffen, op deze manier konden de investeringen worden terugverdiend.
In 1754 organiseerden de ambachtsbewaarders en kerkmeesters een collecte langs de huizen voor het bekostigen van koperen kroonluchters in de kerk om ds. Jacobus Pot in de gelegenheid te stellen tijdens winteravonden te preken.
Tussen 1979 en 1983 is het kerkgebouw grondig gerenoveerd en gerestaureerd met gemeenschappelijke gelden, bijdragen van de kerkgemeente en schenkingen. Onder andere de fundering is hierbij vervangen. In 1983 werd het gerenoveerde kerkgebouw geopend door koningin Juliana.
In 1782 gaf de kerkenraad de Goudse orgelbouwer Hendrik Hermanus Hess opdracht tot de bouw van een orgel. Een jaar later werd het nieuwe orgel feestelijk ingewijd. Joachim Hess stimuleerde broer Joh. Hermanus om zich toe te leggen op orgelbouw. Joachim was organist van de Goudse Sint Jan en daardoor kende hij veel orgelliefhebbers. De rijke kooplieden wilden met hun huisorgels pronken en elkaar graag de loef afsteken. Hess verkocht daardoor meer huisorgels dan kerkorgels, ook door het feit dat kerkbesturen vaak te weinig te besteden hadden en de kooplui daar geen last van hadden.
2026: Ad Hesseling, de vaste organist van de kerk, zal om 12:00 uur en om 15:00 uur het orgel bespelen. Tussendoor zijn er wellicht nog meer momenten van orgelspel. Tussen 10:00 en 11:30 uur is iedereen die serieus orgel speelt welkom om het orgel te bespelen, ter plekke spreken we af wie wanneer en hoelang gaat spelen, eerlijk delen!