



Gebouw 60 van de Centrale Werkplaats van spoorwegen. Deze meer dan 18 meter hoge locomotievenhal van glas en staal is gebouwd in 1932-1933 ter vervanging van twee oude locstelplaatsen. Het bestaat uit drie delen: het rolwagenspoor (60A; afgebroken), de stelplaats (60B) en de ketelreparatiewerkplaats (60C). In de hal werden locomotieven gereviseerd, hangend aan een 125-tons kraan. Deze is bewaard gebleven maar nog niet teruggehangen.
In 2019 is de hal gerenoveerd en verbouwd en omgedoopt tot LocHal. Met de enorme 15 meter hoge en 50 meter brede gordijnen kunnen ruimtes worden ingedeeld en afgeschermd. Prestigieuze (architectuur)prijzen vielen de LocHal ten deel.
In 1863 werd tussen Breda en Tilburg de eerste spoorlijn van de Staatsspoorwegen geopend. De regering besloot een herstelwerkplaats voor rollend materieel in Tilburg te vestigen, dit vanwege de centrale en strategische ligging en de beschikbaarheid van grond bij het station. In 1868 werd begonnen met de inrichting en bebouwing de Centrale Werkplaats van de Staatsspoorwegen, dat in de volksmond D’n Ateljee ging heten.
In 1869 startte de wagenmakerij en vanaf 1871 werden ook stoomlocomotieven hersteld. In 1920 had D’n Ateljee 1358 personeelsleden en was toen al lange tijd de grootste werkgever in Tilburg. Vanaf 1917 fuseerde de Staatsspoorwegen met andere spoorwegmaatschappijen in de Nederlands(ch)e Spoorwegen (NS). Door reorganisaties werden vanaf 1932 in Tilburg alleen nog locomotieven hersteld. Bij de verzelfstandiging van de NS in de jaren negentig werd de werkplaats onderdeel van het bedrijf NS Materieel, daarna NedTrain geheten.
In 2012 verhuisde NedTrain naar industrieterrein Loven. Hierna kreeg de stedenbouwkundige invulling van de Spoorzone gestalte. Enkele oorspronkelijke gebouwen zijn bewaard gebleven, gerestaureerd en verbouwd voor nieuwe bestemmingen.