Het Korendragershuisje is gebouwd in 1634 in de stijl van de late renaissance; een voorloper hiervan dateert waarschijnlijk al van rond 1420. Franeker is vanouds de belangrijkste stad in de Bouwhoek, een stad van kooplui waar landbouwproducten werden overgeslagen en verhandeld.
De bloei van Franeker in vroeger tijden is te danken aan de handel in agrarische producten uit het achterland. Het Korendragershuisje is hier een zichtbaar overblijfsel van, en daarmee misschien wel een van de belangrijkste monumenten van de stad. Schepen met graan kwamen eeuwenlang door de Sexbierumer- en Dongjumervaart via het water van de Froonacker de stad binnen en moesten langs het Korendragershuisje, waar het graan in- en uitgeladen en gemeten werd. Dat mocht uitsluitend gebeuren door leden van het Korendragersgilde.
De functie van het Korendragershuisje was wachtlokaal voor de dragers en meters en opslag van meet- en weegmaterialen. Verder herinneren namen van monumentale Franeker panden als de ‘Waag’ en ‘Koornbeurs’ nog aan de levendige handel in graan hier, die overigens later werd uitgebreid met aardappelen en andere landbouwproducten. De handelswaar werd opgeslagen in de vele pakhuizen die Franeker rijk was (onder andere aan de Froonacker). In dienst van de gemeente overleefden de korendragers hun gilde; de laatste dragers werkten tot in de jaren 1930.