Willibrordus kerk Boerhaar
Onderstaande informatie o.a. afkomstig van Reliwiki
Rooms Katholieke kruisbasiliek met pastorie, in 1913 en 1912 voltooid door aannemer Geerts (Boerhaar) naar een neogotisch ontwerp van de architect H.
Kroes. De kerk is gebouwd ter vervanging van een kerk uit 1811-1819. Ingewijd in 1913.
In de SintWillibrorduskerk op de Boerhaar bevinden zich diverse waardevolle glas-in-loodramen met gebrandschilderde afbeeldingen.
Deze ramen zijn tussen 1919 en 1925 gemaakt en toegeschreven aan glazenier Otto M.M. Mengelberg.
De naam Sint-Willibrordus verwijst naar de heilige Willibrord (658–739), een Angelsaksische monnik en missionaris die bekendstaat als de “apostel der
Friezen” en de eerste aartsbisschop van Utrecht.
Hoewel de nabijgelegen stad Deventer sterk verbonden is met de heilige Lebuinus, fungeerde de landelijke gemeenschap van Boerhaar als een zelfstandige katholieke enclave in het Sallandse achterland. Willibrordus bood als patroonheilige een universele, sterke katholieke identiteit die losstond van de stedelijke invloeden.
De gebeeldhouwde preekstoel in de rooms-katholieke SintWillibrorduskerk aan de Boerhaar 41 in Boerhaar dateert uit 1925.
Dit neogotische kunstwerk is gemaakt van marmer, zandsteen en smeedijzer, en is afkomstig uit het bekende atelier van J.P. Maas in Haarlem.
De neogotische kruisbasiliek bestaat uit een driebeukig schip met een transept, koor, driezijdige absis en twee zijkapellen. Tegen de zuidelijke eindgevel van het dwarsschip staat de sacristie. Aan de voorzijde een vierkante toren met ingang en uurwerk. Voor de linker zijbeuk een zeszijdig traptorentje.
De kerk is opgetrokken in rode baksteen onder een samengesteld zadeldak met leien in Maasdekking en een overstekende goot. In het dak van de sacristie en de absis zijn kleine dakkapellen geplaatst. De toren heeft een grote spits met leien in Maasdekking en vier kleine spitsen op de hoeken. De gevels zijn geleed door zich verjongende steunberen met daartussen spitsboogvensters. Ook de galmgaten in de toren, de spaarvelden, de entree en de grotere vensters zijn afgesloten door spitsbogen. In de toren een klokkenstoel met drie moderne (niet beschermde) klokken en een klok van een anonieme gieter, 1456, diameter 55 cm.
De onderbouw van de kerk is blind met uitzondering van de ingang. Boven een waterlijst zijn de vensters aangebracht. In de eindgevels van het transept en in de voorgevel van de toren zijn grote vensters aangebracht. Boven de vensters in het dwarsschip zijn de geveltoppen geleed door spitsboogvormige spaarvelden.
De ingang, midden in de voorgevel, bestaat uit een opgeklampte dubbele houten deur met een bovenlicht onder een tudorboog. In het tussenlid van de kerk naar de pastorie zijn kleine spitsboogvensters geplaatst.
De sacristie is opgetrokken onder een schilddak met leien in Maasdekking en heeft rechtgesloten vensters onder spitsboog bovenlichten met gemetselde traceringen.
Het interieur van de kerk is overkluisd door kruisribgewelven op vierkante kolommen. De muren en boogvelden zijn gepleisterd, de kolommen en ribben niet. De oorspronkelijke tegelvloer is nog aanwezig. Verder zijn onder meer bewaard gebleven: het oorspronkelijke bankenplan met banken; het gebeeldhouwde hoogaltaar van zandsteen, marmer en gegoten brons; de gebeeldhouwde preekstoel van marmer, zandsteen en smeedijzer; de communiebank van zandsteen en marmer; zeven houten gepolychromeerde heiligenbeelden; één gepolychromeerd heiligenbeeld van steen; het gebrandschilderde glas-in-lood; het overstekende houten orgelbalkon; het (niet beschermde) orgel- en de orgelkas en de kruiswegstaties bestaande uit olieverfschilderijen op koper.