In 1838 is in Koudekerk de eerste brug over de Oude Rijn gebouwd door de ambachtsheer van Hazerswoude baron W. Roël. Het was een hoge stenen boogbrug, deze kwam in de plaats van het veer “de Olde Schouw”. In 1876 werd deze vaste brug vervangen door een dubbele ijzeren klapbrug. In 1901 werd caféhouder De Graaf van het “Wapen van Hazerswoude” in de Bruggestraat aan de Hazerswoudse kant, eigenaar van de brug. Hier moest ook de tol betaald worden: voetgangers 1 cent, rijtuig met paard 15 cent. In 1927 werd de brug gezamenlijk eigendom van de gemeenten Koudekerk aan den Rijn en Hazerswoude die in 1929 de huidige brug lieten bouwen.
De onderbouw werd gemaakt door de firma De Jong en Van der Velde uit Oegstgeest, de bovenbouw door de firma Smulders uit Utrecht. De totale bouwkosten bedroegen 78.000 gulden. In dat jaar (1929) werd ook de tolheffing afgeschaft. In de jaren vijftig van de 20e eeuw werd het brugwachtershuisje gemoderniseerd.
De ophaalbrug is van belang als representant van het Amsterdams type, als belangrijke schakel in de ontwikkeling van ophaalbruggen, waarbij de balans beweegt tussen twee vrijstaande hameistijlen.