Het Rietveld Schröderhuis (1924) in Utrecht is een woonhuis dat Gerrit Rietveld ontwierp in nauwe samenwerking met Truus Schröder. Het is wereldwijd hét architectonische hoogtepunt van de kunstbeweging De Stijl. Centraal in het ontwerp staat het huis zelf als totaalconcept van wonen, waarin geen vaste kamerindeling meer bestaat, maar flexibiliteit en openheid de overhand nemen. De woning wordt gekenmerkt door strakke lijnen, het gebruik van primaire kleuren en een compositie van losse vlakken en volumes, waardoor binnen en buiten visueel in elkaar overlopen. Het resultaat is een gebouw dat voortdurend in relatie staat tot zijn omgeving. Het meest vernieuwende onderdeel is de bovenverdieping, waar verschuifbare en draaibare wanden de ruimte steeds opnieuw kunnen indelen. Hierdoor kon het huis worden aangepast aan verschillende woonsituaties, van open leefruimte tot afzonderlijke kamers. Sinds 2000 staat het Rietveld Schröderhuis op de UNESCO-Werelderfgoedlijst en is het ingericht als museum.
Eind augustus 1944 ontploffen er in de Prins Hendriklaan twee vrachtwagens met een lading munitie, waardoor alle ruiten van het Rietveld Schröderhuis sneuvelen. Van de scherven van het gesprongen glas heeft Gerrit Rietveld plankjes gemaakt voor in de badkamer.