Na een jaar onderbreking, vanwege de corona-epidemie, is er dit jaar weer een Open Monumentendag in de gemeente Maasgouw. Hij vindt plaats in het weekend van 11 en 12 september. Traditiegetrouw is ervoor gekozen hem te organiseren onder het landelijke motto “Mijn monument is jouw monument”. Met het thema wordt beoogd een zo breed mogelijk publiek te bereiken en een bezoek aan de monumenten zo laagdrempelig als mogelijk te maken. Had in het verleden het thema steeds betrekking op een bepaald type monument, nu staat centraal hoe zoveel als mogelijk mensen te bereiken en hoe ervoor te zorgen dat iedereen zich welkom voelt. Monumenten die passen in dit thema zijn gebouwen waar mensen elkaar ontmoeten, waar zij met elkaar verhalen delen, waar zij in tijden van nood en zorgen bescherming en steun vinden.
Gedurende dit weekend zijn de onderstaande musea, molens en kerken geopend van 11.00 tot 17.00 uur en gratis toegankelijk.
Een ontmoeting met historische verhalen: de musea
Streekmuseum Stevensweert/Ohé en Laak
Het Streekmuseum is gevestigd in het voormalige gemeentehuis van Stevensweert. Het werd in 1858 gebouwd naar een ontwerp van de beroemde Roermondse bouwmeester Pierre Cuypers. In het museum ontmoeten we, via de talrijke objecten, de beeldensnijder Jan van Steffeswert, de bewoners van het kasteel van Stevensweert en de Walburg en de soldaten en commandanten van de vesting van Stevensweert. Er zijn enkele nieuwe, grote vitrines ingericht. Zij zijn gewijd aan de Tachtigjarige Oorlog, de Spaanse Successieoorlog, de slag om Stevensweert in 1702 en aan kasteel Walburg en enkele van zijn bewoners.
Maas Binnenvaartmuseum
Maasbracht kent een rijke geschiedenis betreffende de Maas en de binnenvaart. Als grootste binnenhaven van Nederland mag Maasbracht zich met recht het centrum van de binnenvaart noemen. Het Maas Binnenvaartmuseum maakt via voorwerpen en foto’s de verhalen van en herinneringen aan de geschiedenis van de binnenvaart zichtbaar. Zo kan men er een maquette aantreffen van het “Schepenkerkhof”. Dit is een ramp, die de haven op 30 september 1944 trof, waarbij 240 schepen met dynamiet door de Duitsers tot zinken werden gebracht. Een gebeurtenis zonder weerga in de geschiedenis van de binnenscheepvaart! Daarnaast bevat het museum diverse schaalmodellen van schepen, die in het verleden de Maas en andere binnenwateren bevoeren.
Een brandpunt van agrarisch verkeer: de molens
Drie monumentale molens, herinneringen aan een agrarisch verleden
Traditiegetrouw zijn de drie monumentale molens in de gemeente geopend. Het bijzondere ervan is, dat zij drie verschillende types vertegenwoordigen: de Hompesche molen is een stellingmolen, de Leonardusmolen is een beltmolen en de Lindertmolen is een standerdmolen.
Molens waren lokale en soms zelfs regionale ontmoetingscentra. Boeren, die hun graan kwamen brengen, ontmoetten er elkaar om het laatste nieuws uit te wisselen, om er te spreken over het vee en over de gewassen. Ook nu nog hebben de molens een sociale functie, worden er bezoekers ontvangen en rondgeleid en bij de Hompesche molen kunnen zij – in de brasserie – zelfs genieten van een drankje en een hapje.
In en bij de molens wordt uitleg gegeven tijdens uw bezoek. Er zijn molenaars aanwezig, die het maalwerk in werking stellen en uitleg geven over de geschiedenis van de betreffende molen. Een fietstocht, die de drie historische molens van Maasgouw met elkaar verbindt, is bij elke molen verkrijgbaar.
Ontmoetingsplekken in alle tijden: de parochiekerken
Abdijkerk van Thorn, een boudoir van hoogadellijke stiftdames
De Abdijkerk heeft in meervoudig opzicht internationale invloeden ondergaan en was derhalve een ontmoetingsplek van Europese allure. De kerk maakte tot ca 1800 inpandig onderdeel uit van een imposant abdijcomplex, het stift Thorn. Het stift huisvestte tot 1797 hoogadellijke dames, voornamelijk afkomstig uit de Duitse landen en de Zuidelijke Nederlanden. Zij drukten hun stempel op het sociale en economische leven in en rondom het stift. Daarbij komt, dat het stift ambachtslieden en kunstenaars uit heel Europa aantrok. Zij bouwden en verfraaiden de abdijgebouwen en de nog steeds bestaande Abdijkerk. Het beroemde hoogaltaar hier is het werk van de Zuid-Duitse kunstenaar Franz Xavier Bader. Het interieur van de kerk wekt – met zijn wit geschilderde muren, gewelven en zuilen, die hier en daar ook nog verguld zijn – de indruk van een ruim opgezet, elegant vertrek voor aristocratische dames.
Sommige vertrekken in de kerk zijn ingericht als museum. Genoemd moeten dan de kapittelzaal en de crypte worden. In de kapittelzaal vergaderden ooit de adellijke stiftdames en de vorstin-abdis. De ruimte is nu weer ingericht als vergaderzaal, met aan de wanden portretten en schilderijen. In de crypte staat kelkzilver opgesteld en herinneren attributen ons aan de onontkoombare dood.
De Abdijkerk is alleen op de zaterdag geopend van 11.00 tot 16.30 uur.
St. Gertrudiskerk Maasbracht
De parochiekerk is heel markant gelegen aan de Maas. Nadat ze zeer zwaar was beschadigd in de Tweede Wereldoorlog, kreeg architect Boosten in 1947 de opdracht om de kerk, die dateerde uit 1890, ingrijpend te restaureren. Om beter aan te sluiten bij de 14e-eeuwse romaanse toren, voorzag hij de kerk van romaanse stijlkenmerken (rondboogconstructies in het interieur). Om deze reden is ook het schip aanmerkelijk lager dan het hoog oprijzende koor in het oosten.
Protestants Kerkje Stevensweert
Sinds 1702 kende Stevensweert een garnizoen, met een aanzienlijke protestantse gemeenschap. Voor de eredienst werd gebruik gemaakt van de kapel van kasteel Stevensweert. Deze bevond zich na de Franse tijd (1794-1814) in een dermate vervallen staat, dat ze onbruikbaar was. Met behulp van een ruimhartig subsidie van koning Willem I werd een nieuw kerkje opgericht. Ook de bewoners van kasteel Walburg (tussen Stevensweert en Ohé en Laak), de familie van Hompesch, liet zich niet onbetuigd en schonk een – nog steeds bestaand – orgel. Bovendien werd er een mooi eikenhouten koorbank geplaats, met daarboven de familiewapens. Na grote schade te hebben opgelopen in de Tweede Wereldoorlog, werd het kerkje rond 1950 sober gerestaureerd. Het sierlijke torentje werd vervangen en voor de hardstenen ramen kwamen houten kozijnen. In de kelder van het kerkje zijn muurresten van het kasteel zichtbaar, evenals archeologische vondsten.
St. Stefanuskerk Stevensweert
De kerk werd gebouwd in 1781. Op de deurknop van de toegangsdeur lezen wij de naam van de bouwheer: Petrus Rutten. Hij verving de toenmalige kerk door een classicistische kerk, met een houten toren op het westwerk. In de Tweede Wereldoorlog werd de kerk zwaar beschadigd, waarna zij werd gerestaureerd en uitgebreid in westelijke richting. Het interieur is opmerkelijk vanwege zijn kunstschatten. Een doopvont van ca 1200 is een pronkstuk; daarnaast zijn er mooie beelden te vinden uit de 16e en 17e eeuw. In het oog lopend zijn de 14 gebrandschilderde ramen van Charles Eyck.
Onze Lieve Vrouw Geboortekerk Ohé en Laak
De kerk werd in 1867 gebouwd naar een ontwerp van architect Bolsius. De bouwstijl is opmerkelijk en is een combinatie van romaanse en gotische stijlkenmerken. Bolsius was een leerling van Pierre Cuypers. Heel opmerkelijk is de ligging, in een landelijke omgeving. Het is een kruisbasiliek, met een zware, achthoekige kruisingstoren. In 1918 werd de kerk uitgebreid met twee kapellen. De kunstenaar Daan Wildschut voorzag de apsis en triomfboog in het interieur van schilderingen. Op het kerkhof en op het plantsoen aan de zuidgevel staat zandstenen van de H. Michaël en Maria Magdalena Daemen, die samen met de kerk, de pastorie en het H. Hartbeeld op het pleintje een beschermde, monumentale status hebben.
Tevens zijn de Annakapel (in Ohé en Laak), de Rochuskapel (in Stevensweert), de Mariakapel (op de Brand in Stevensweert) en de kapel O.L. Vrouw van Loreto (in Brachterbeek) geopend. Deze kapellen zijn ook Rijksmonumenten.