Het Radio-ontvangststation (geopend in 1919) was een historisch radiotelegrafie-station opgericht om draadloos contact te leggen met het voormalige Nederlands-Indië.
Het complex bestond uit zeven masten van ruim 60 meter hoog en diverse ontvangstgebouwen.
De zeven masten van meer dan 60 meter konden in 1919 beginnen met de ontvangst van radioberichten uit Indonesië. Bekende telegrafisten waren onder andere J. Puister, G. Muusze, C. Smolders, S. Langendijk en Ir. N. Koomans.
Het heeft tot 1923 geduurd voordat de installatie volledig in werking was. Door het bezwaar van de grote afstand tot zendstation radio Kootwijk en door nieuwe technische ontwikkelingen werd besloten om op 4 augustus 1924 de installatie over te brengen naar Amsterdam.
De betonnen fundamenten van de gebouwen zijn tot op heden in de bodem van het bos rondom de Radioplas blijven zitten. Een van de afspanningsmasten heeft nog jaren gediend als uitkijktoren in de Staatsbossen. De radiowoningen zijn in de loop der tijd verdwenen.
Bovengronds was helemaal niks meer te zien. Het stond helemaal vol met bramenstruiken en brandnetels. Drie vrijwilligers kregen van de gemeente Sint Anthonis toestemming voor de opgravingen in het bos. Zij hebben de fundamenten blootgelegd. Op deze fundamenten stond een houten barak van geteerd hout van 10 bij 28 meter. Herkenbaar zijn de verschillende ruimtes van het ontvangststation. Zo waren er werkruimtes voor onderzoek, administratie, directie en een kamer voor de parlograaf (het dicteerapparaat). In samenwerking met de DorpsRaad en de gemeente heeft de Heemkundevereniging Stevensbeek het informatiebord geplaatst