


Veerkracht is ook van toepassing op villa Vada (en omgeving), nu bekend als Stadsmuseum de Casteelse Poort. Ondanks vele rampen, sloop, herbouw en verbouw is het gelukkig niet zo ver gekomen dat het kasteel van begin 16e eeuw geheel uit het straatbeeld is weggepoetst. Zo zijn belangrijke funderingen van onder andere een rondeel en een poorttoren bewaard gebleven. Ook een gedeelte van de kruisgewelfkelder, onderdeel van het voormalige brouwhuis, is vandaag de dag nog te bezoeken. In villa Vada zijn restanten uit de beginperiode aanwezig, maar ook uit de periode 1690-1700, van de opvolger van het kasteel: het drostenhuis van Assueer Torck en zijn echtgenote Anna Maria Ripperda. Franse troepen hebben in rampjaar 1672 ook in Wageningen flink huisgehouden en grote delen van het kasteelcomplex vernietigd. Assueer Torck hergebruikt de kloostermoppen, een groot formaat baksteen, om zijn drostenhuis en bijgebouwen vorm te geven. Voor een drost, bestuurder van Wageningen (en de ridderschap van Veluwe) is een statige stadswoning – omringd door fraaie tuinen in strakke Franse stijl – een logische keuze. Zijn zoon Lubbert Adolph zou later van grote betekenis blijken voor Wageningen. Hij volgt zijn vader, na diens vroege dood in 1739, als 11-jarige (!) jongeling op als drost. Nog steeds maken ‘zijn’ oude Bassecour en Rosendaelse huizen aan de Herenstraat deel uit van de Wageningse binnenstad.
In 1829, weer een eeuw later dus, komt het complex in handen van grootgrondbezitter Jacob Marcus Rosenik. Hij geeft opdracht de complete langwerpige noord-zuidvleugel, de haaks erop geplaatste stalvleugel met oranjerie en het meest oostelijke deel van het woonhuis te slopen. Wat rest is het woongedeelte waar villa Vada nog deel van uitmaakt. Het is gelegen op de restanten van het oude poortgebouw van het kasteel. Rosenik laat het transformeren tot een stadsvilla in Empirestijl, neoklassiek, compleet met stucplafonds met weelderige gipsornamenten.