De Grote Kerk in Scherpenzeel wordt voor het eerst vermeld in een akte uit 1342. Het gebouw is in de 15e en 16e eeuw uitgebreid en in de 18e een 19e eeuw verbouwd. Bij de omvangrijke restauratie van 1939 werd het schip grotendeels opnieuw opgebouwd. De kolommen en galerijen verdwenen en er kwam een houten tongewelf.
Op 22 april 1945 bliezen Duitse bezetters de toren op, waarbij ook een groot deel van het schip werd verwoest. Tijdens de wederopbouw werd de toren vijf meter westelijker geplaatst om het schip te vergroten. Tussen 1988 en 2000 werden onder meer de muren, het interieur en de daken gerestaureerd. In het koor werden ton rijk uitgevoerde gebrandschilderde ramen aangebracht.
Tot de historische inventaris behoren een zeventiende-eeuwse preekstoel met koperen lezenaar, twee tiengebodenborden uit de 17e en 18e eeuw en verschillende grafzerken. Ook zijn vier gebeeldhouwde leeuwen met wapenschilden en andere delen van het grafmonument voor Johan van Scherpenzeel bewaard gebleven.
De kerk beschikt sinds 2008 over een 34 registers tellend orgel van Adema’s Kerkorgelbouw en bevat diverse negentiende-eeuwse elementen.