
De gemalen “Van Citters I en II ” zijn in 1926 binnendijks gebouwd bij de UITWATERINGSSLUIZEN “Niftrikse en Balgoijse Sluis”. De gemalen vormen met elk hun sluizen een functionele eenheid. Deze sluizen vormen de verbinding tussen de Niftrikse Wetering (1.600 ha., de Balgoijse Wetering (1750 ha) en de Maas. Met de bouw van de electrisch aangedreven gemalen is het mogelijk geworden om het water ook te lozen wanneer de waterstand van de Maas hoger is dan in de wetering. Citters I gemaal bevindt zich ten noordwesten van de dorpskern Niftrik. Het staat aan de slingerende Maasbandijk ter plaatse van een voormalige rivierbocht. Citters II bevindt zich ten zuiden van de dorpskern Balgoij bij een voormalige rivierbocht, nu dode arm de Oude Maas.
De eerste plannen van het polderdistrict voor (stoom)gemalen op de Balgoijse en Niftrikse sluizen werden in 1913 uitgewerkt door het ingenieursbureau Van Hasselt en De Koning en pas in 1926 uitgevoerd. Mede door invloed van het provinciale bestuur, dat graag het gebruik van elektriciteit op het platteland wilde stimuleren, werd besloten door elektromotoren aangedreven pompen in te zetten. Hierdoor kon tevens volstaan worden met veel kleinere gebouwen dan voorheen bij stoomgemalen het geval was geweest. De officiële opening van beide gemalen door de oud-commissaris van de koningin in Gelderland jhr. S. van Citters vond plaats in 1929.