
De Groote Sociëteit is opgericht op 27 maart 1764. In deze periode ontstonden sociëteiten in veel Nederlandse steden. Van sommige voert de geschiedenis terug tot de achttiende eeuw, maar de Tielse Groote Sociëteit heeft als enige nog haar oorspronkelijke oprichtingsakte. Zij is daarmee de aantoonbaar oudste sociëteit van Nederland.
De sociëteit werd opgericht om kennis te nemen van de diverse dagbladen en daarover in besloten kring te kunnen discussiëren. Zij wilde uitdrukkelijk niet politiek zijn, maar kende in de jaren 1785-1787 ook wel discussies tussen de Patriotten en de Orangisten. Na de Bataafse Revolutie werd de sociëteit in 1798 voor korte tijd verboden, maar na drie maanden ging zij weer open.
In 1789 liet de sociëteit aan de Waal een groot pand bouwen (de vismarkt moest daarvoor verplaatst worden naar de overkant van het Plein). Het pand is nu eigendom van de gemeente en huisvest het Flipje & Streekmuseum. Op de eerste etage, naast de Stijlkamer is de Sociëteitszaal en hier worden nog altijd de wekelijkse besloten bijeenkomsten gehouden.
De Groote Sociëteit betrok tussen 1900 en 1930 haar leden vooral uit de rechterlijke macht ter plaatse. Toen de arrondissementsrechtbank in Tiel werd opgeheven, zag de sociëteit zich dan ook gedwongen tot een fusie met de Tielse Buitensociëteit Bellevue (1936), waarvan veel ondernemers lid waren.
Op vrijdag 28 maart 2014 ontving de sociëteit ter gelegenheid van haar 250-jarig bestaan de Koninklijke Erepenning uit handen van toenmalig burgemeester Beenakker.
Gewoonten
Naast de wekelijkse bijeenkomsten heeft de Groote Sociëteit enkele oude tradities. Op de vrijdag het dichtst bij 27 maart wordt jaarlijks de dies Natalis gevierd. In oktober kent men ter gelegenheid van de Tielse kermis de zogenoemde palingborrel. Lid van de sociëteit kan men alleen worden na daartoe uitgenodigd te zijn.