Het pand Grote Houtstraat 119 werd gebouwd vlak in de eerste helft van de 17e eeuw Het huis kenmerkt zich door de trapgevel met een midden pinakel rustend op console met Leeuwenkop. Het is gebouwd aan de oostzijde van de Grote Houtstraat nabij de Cornelissteeg, en omvat o.a. een voorhuis, een destijds behangen zij-(of achter)kamer met een schoorsteenmantel, een lange gang leidend naar de in het achterhuis gelegen keuken. De deur opent naar de binnenplaats (tegenwoordig overdekt met glas) waar zich o.a. een ‘gemak’ (nog altijd de toiletruimte) bevond en een diepe bergkast. Ook was er een pomp aanwezig.
In de 17de eeuw had Haarlem een eigen pottenbakkers- en plateelkwartier en voerde tot 1670 zelfs een eigen maat tegel, de zogeheten vijfduimstegel die 3mm kleiner was dan de standaard Rijnlandse maat. Algemeen werd aangenomen dat de Haarlemse productie niet heel bijzonder was, afgezien van het werk van vader en zoon Verstraeten en van Vierleger. De blauw witte tegelwand in de keuken van het pand dateert van rond 1640-60. De compositie is aangebracht op het onderste gedeelte van de wand, de bovenste helft en alle opvuldelen alsook de wanden in de gangen bestaand uit zg. ‘witjes’. De compositie op de muur is opgebouwd uit verschillende afbeeldingen; elke tegel is een als veld op een dambord, waarbij de ‘donkere’ vakken steeds zijn gevuld met een bloemenvaas gevuld met gestileerde tulpen en rozen. De tussenliggende tegels tonen afbeeldingen van mannen en vrouwen die in de weer zijn met hun dagelijkse bezigheden, beroepen en spelen. We zien lieden die met een kruiwagen lopen, melk karnen, heren uit de gegoede burgerij met grote hoeden op, schutters, verkopers, vrouwen die
manden torsen op hun hoofd, muzikanten en dansers, maar ook spelende kinderen. Op een tegel zien we zelfs een man die zijn blaas leegt! De hoekvullingen zijn alle hetzelfde en zijn samengesteld uit twee tegengestelde, gebonden krullen waarbinnen een takje.
De mangaankleurige tegels die om de oude haard zijn aangebracht, werden vermoedelijk aan het einde van de 18e eeuw in Rotterdam vervaardigd. In Rotterdam en ook Gouda paste men de speciale auberginekleurige glazuur toe. De afbeeldingen op deze tegels bestaan veelal uit landschapjes met windmolens, vissers, boerderijen en riviergezichten, afgewisseld met marines, waarop twee- en driemasters zijn weergegeven. Ook de overwelfde wijn- en provisiekelder is nog in originele staat. De eerste etage bevat sinds de jaren 1960 een appartement, dat momenteel wordt opgeknapt en daardoor niet te bezichtigen is. Het omvatte eerder een werkzolder, een voor- en achterkamer met bedstede, een hoger gelegen zolder met een tweede bedstede aan de voorzijde, waarboven een nog altijd bestaande vliering. Heel bijzonder is de goot die gedeeltelijk aan de binnenzijde van de kap om de schoorsteen heen loopt.
Oorspronkelijk behoorde het huis toe aan de eigenaren van ‘De Pelikaan’, ook wel het Huis met de trappen, gebouwd in de 18e eeuw, beter bekent als Trou moet Blycken. In 1901 overleed de toenmalige eigenaar van de panden, jonkheer Pieter Nicolaas Quarles van Ufford, die was getrouwd met Wilhelmina Teding van Berkhout. Hij liet zijn huis alsook de belendende panden 115 (Trou) en 117 (buurhuis met klokgevel, 18e eeuw) na aan zijn zoon en dochter, Pieter en Marie-Louise Jacoba Quarles van Ufford, die ieder voor de helft eigenaar werden.
In 1910 wordt het benedendeel van het pand in gebruik gesteld aan de Algemene Vrouwen Vereniging Arbeid Adelt. Op 28 april 1922 wordt het door Pieter Quarles namens zijn zuster Marie Louise Jacoba Quarles van Ufford verkocht aan deze vereniging voor de som van NLG10,000. Na de fusie tussen de verenigingen ‘Tesselschade’ en ‘Arbeid Adelt’ in 1953 wordt het pand om niet overgedragen aan de Algemeene Nederlandse Vrouwen Vereniging Tesselschade-Arbeid Adelt. Deze vereniging is nog altijd verantwoordelijk voor het beheer van het pand en voor de instandhouding daarvan.
In het pand is de winkel van de afdeling Haarlem van de Koninklijke Vereniging Tesselschade Arbeid Adelt gevestigd. In de winkel worden in Nederland met de hand gemaakte producten verkocht. De opbrengst van de verkoop gaat naar het Tesselschade Studiefonds. Het Tesselschade Studiefonds ondersteunt vrouwen die een opleiding of studie willen volgen, maar dit zelf niet kunnen betalen. Hiermee helpt de vereniging vrouwen op weg naar economische zelfstandigheid.