
De lichtwachterswoning op Schokland, gebouwd rond 1900–1901 in opdracht van Rijkswaterstaat, is onlosmakelijk verbonden met de geschiedenis van de voormalige Zuiderzee. Na de ontruiming van het eiland in 1859 bleven hier enkele functionarissen achter om de haven en vaarroute te bewaken. Vanuit deze woning hield de lichtwachter toezicht op het licht en daarmee op de veiligheid van de scheepvaart. Het gebouw maakt deel uit van een groter complex, met onder meer een misthoornhuisje en een vroegere vuurtoren. Met de inpoldering verloor het zijn oorspronkelijke functie, maar het bleef behouden als rijksmonument en vormt een waardevolle herinnering aan de maritieme geschiedenis van Schokland.
Toen het pand met de inpoldering de oorspronkelijke functie verloor deed het tot 1980 nog dienst als woning en opslagruimte. Vervolgens werd het inwendig verbouwd en in gebruik genomen als groepsaccomodatie. In 1996 is het pand inwendig opnieuw gewijzigd en sindsdien functioneert het als vergaderruimte. De binnenkant bevat geen bijzondere elementen meer en valt derhalve niet onder de bescherming, wel is dit een unieke kans om de lichtwachterswoning van binnen te bekijken.