De tegenwoordige kerk is met uitzondering van de twee transepten, die bij de restauratie in de jaren 1946-1948 werden aangebracht, gebouwd in 1664. De toren is sinds de Napoleontische tijd eigendom van de gemeente Hazerswoude.
De Hervormde kerk is een eenvoudige zaalkerk gebouwd in 1646, met veelhoekige sluiting en houten overwelving. De bakstenen toren is ook uit 1646 met vierkante romp waarop een bovenbouw bestaande uit een vierkante stenen en een achtkantige open houten geleding met bolbekroning. Gerestaureerd 1941-’42. Eikenhouten klokkenstoel met klok van S. Butendiic?, 1451 diam. 109 cm en een klok van C. Fremy, 1686 diam. 51,5 cm. Mechanisch elektrisch torenuurwerk van de Firma Elderhorst uit de jaren dertig. Op de uurwerkzolder ligt een gedemonteerd mechanisch torenuurwerk. Aan de noordzijde van de kerk een portaal met fronton, omstreeks 1800.
Tot de inventaris behoren: eenvoudige preekstoel met doophek, derde kwart 17e eeuw; koperen predikantslezenaar, voorzangerslezenaar en doopbekkenhouder, 18e eeuw; eikenhouten koorhek met Ionische pilasters en gesneden boogvullingen, derde kwart 18e eeuw; twee eenvoudige herenbanken, 1664; grafzerken, ca.1669, 1677 en 1771. De robuuste kerk in het centrum van het dorp heeft in de loop der tijden vele verbouwingen en restauraties ondergaan.
Vlak na de Eerste Wereldoorlog was de toren, met aanbouwen, weer aan een opknapbeurt toe. Men was van plan deze aanbouwen af te breken en een trap te maken, die de gemeente toegang gaf tot de klok en de organist tot het orgel. Dit bleek technisch niet mogelijk. Daarop stelden burgemeester en wethouders voor, één van de aanbouwen geheel te vernieuwen, de andere te restaureren en de toren op te knappen. Voor dit plan kreeg de gemeente echter geen subsidie van het rijk en de provincie, dus moest men een eenvoudiger plan opstellen. Dit werd in 1924 uitgevoerd door de laagste inschrijver, de gebroeders Dekker.
Later bleek dit maar een tijdelijke oplossing van het probleem. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog verkeerden de toren en de kerk in een dermate bouwvallige staat, dat het kerkbestuur besloot de bestaande kerk af te breken en op dezelfde plaats een nieuwe te bouwen, Jan Dekker kreeg opdracht om een ontwerp te maken.
Het gemeentebestuur liet Jan Dekker een onderzoek doen naar de fundering van de toren. Hij constateerde dat de funderingspalen 60 centimeter uit het
lood stonden, door het uitzakken van de grond. Verder waren de koppen van de palen verteerd door de verlaging van het waterpeil. Een en ander was uiteindelijk het gevolg van de inpoldering en drooglegging van de Noordplas (1759). In samenspraak met Monumentenzorg kwam men tot de conclusie dat de fundering versterkt kon worden met twintig “witboorpalen”.
In 1943 werd onder leiding van gemeenteopzichter Jan Dekker begonnen met de renovatie van de fundering van de toren. Inmiddels had het kerkbestuur besloten de kerk te sluiten (1942) in verband met gevaar van instorting van het gebouw. De oorlog maakte het onmogelijk iets aan de kerk te doen. Het gymnastieklokaal van de gereformeerde school werd het tijdelijke onderkomen voor de kerkgangers.
In 1946 maakte het architectenbureau Dekker & Van der Sterre, in nauwe samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, een plan voor de restauratie van de kerk. De fundering werd versterkt met extra palen aan weerszijden van de muur, met daarop een balk, die er voor zorgde dat de kerk niet verder kon verzakken. De twee nieuwe transepten aan weerszijden gaven de kerk extra constructieve steun en voor het interieur betekende dit een andere inrichting met extra zitplaatsen voor de kerkgangers.
Uitvoering van dit plan betekende dat de oude kerk voor het dorp behouden kon blijven; de plannen die Jan Dekker in 1939 in opdracht van het kerkbestuur maakte om een nieuwe kerk te bouwen, kwamen te vervallen. Ze zijn wel bewaard gebleven en liggen nu in het Historisch Museum Hazerswoude.
Tegelijk met de restauratie van de kerk werd opnieuw de toren onder handen genomen. De twee achttiende–eeuwse aanbouwen werden gesloopt en de
toren werd voorzien van een traptoren. De laatste restauratie is in januari 1990 gestart. De heropening van het gerestaureerde kerkgebouw vond plaats op 10 april 1992.
Voor het begeleiden van de gemeentezang wordt gebruik gemaakt van het uit 1868 daterende tweeklaviersorgel, gebouwd door de firma Flaes en Brunjes uit Amsterdam. Het orgel heeft in 2020 groot onderhoud gehad, tevens zijn een aantal stemmen toegevoegd. Omdat er vanuit Monumentenzorg geen extra pijpen geplaatst mogen worden is gekozen voor een elektronische oplossing door opnames van de betreffende stemmen van gelijksoortige orgels.
Orgelbespelingen op 13 september:
10.30-11.30 uur Gijs Kooijman
12.00-13.00 uur Leon van Veen
13.30-14.30 uur Dik Berkhout
15.00-16.00 uur Lennart Rijkaart.