

Sinds de late 18e eeuw maakte de Joodse gemeenschap gebruik van een voormalige schuilkerk op deze locatie. Pas in 1849 gaf de gemeente Utrecht toestemming voor de bouw van een ‘echte’ synagoge. Deze is ingrijpend verbouwd in 1926 met een art deco-interieur van architect Harry Elte. De bijzondere kroonluchter is zeker een bezoek waard: met 106 gloeilampen is het een opvallende verschijning. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het pand op het nippertje door buurtbewoners gered van brandstichting.
In 1983 is wederom door actieve buurtbewoners voorkomen dat het pand door een projectontwikkelaar gekocht zou worden. Een evangelische gemeente werd toen eigenaar van het pand. Bij restauratie is het oorspronkelijke interieur met de originele lampen en glas-in-loodvensters zoveel mogelijk behouden gebleven, waardoor duidelijk zichtbaar is dat dit een voormalige synagoge is. De naam Broodhuis is een letterlijke vertaling van Bethlehem, waar in de Bijbel de niet-Joodse Ruth en de Joodse Boaz elkaar ontmoeten.