
Dit complex van woningen met daken van stro is een direct resultaat van de Woningwet uit 1901, welke de kwaliteit van de sociale woningbouw moest verbeteren.
In 1919 stelden de ‘Stichting tot Woningbouw De Steeg’, gemeente en architecten W.P. Meijer en G.J. Uiterwijk een plan op voor het ‘Strooien Dorp’.
De woningen aan de Bentincklaan zijn goed zichtbaar vanaf de spoorlijn en zijn een goed voorbeeld van de eerste sociale woningbouw in De Steeg en de gemeente Rheden.
De huizen – met bergingen – zijn gebouwd aan een rechthoekige hof, waarbij de open zijde grenst aan de Bentincklaan. Het ‘dorp’ is verdeeld in vier delen. Twee blokken van vier huizen staan op de korte zijden en acht woningen op de lange kanten. Op de hoeken zijn de blokken met elkaar verbonden door middel van het dak. In het midden van het complex is een doorgang naar de Poortstraat.
De plattegronden zijn identiek – op het feit na dat ze onderling gespiegeld zijn – en laten een simpele indeling zien met een begane grond en een zolderverdieping. De bijna identieke schoorstenen dragen mee aan de regelmaat van deze volkswoningbouw.