Monument

Het Trefpunt

Za

Adres

Dr. Kuperstraat 4, Barendrecht

Openingstijden

za 12 sep. 10:00 - 17:00

Achtergrondinformatie uitklap icoon

In januari 1955 dient secretaris J. Hagendoorn van de Vereniging voor Schoolonderwijs op Gereformeerde Grondslag een bouwaanvraag in voor de bouw van een ‘9 klassige school met 1 vaklokaal’. De aanvraag vermeld verder dat J.H.A. Knevel wonende aan de Julianastraat 1 te Barendrecht de bouw van de school zal begeleiden. Op 10 mei 1955 besluit het College van Burgemeester en wethouders de vergunning te verlenen. De bouwvergunning vermeldt dat gemeentearchitect J.H.A. Knevel de ambtenaar is die met het bouwtoezicht belast zal worden. De op de vergunning vermelde bouwkosten bedragen 286,132,- gulden en 832.50 gulden aan leges.

Gemeentearchitect Knevel
De ontwerper van de school, J.H.A. Knevel, was gemeentearchitect en directeur gemeentewerken. Uit zijn dienstjaren, 1927-1956 blijkt dat hij bijna dertig jaar bij de gemeente heeft gewerkt en dat de school een van zijn laatste werken voor de gemeente was. Een jaar na de bouw in 1955 zou hij uit dienst gaan. Bij de eerstesteenlegging in 1955 werd Knevel als ontwerper op de oorkonde vermeld.

Als gemeentearchitect zal Knevel betrokken zijn geweest bij ontwerp en beoordeling van ontwerpen van vele bouwprojecten in de gemeente in de periode dat hij er werkzaam was. De woningen van zijn hand aan de Mr. Thorbeckestraat zijn gebouwd in een naoorlogs modernistische stijl. Uit de vooroorlogse periode zijn gebouwen met expressionistische stijlkenmerken bekend. In de gemeentelijke monumentenlijst staat de woning Julianastraat 1 te Barendrecht op de lijst als ontwerp van Knevel. Deze vrijstaande woning uit ca. 1928 in een tuinwijk voor de gegoede burgerij heeft Knevel voor zichzelf ontworpen. De voormalige Gereformeerde kerk aan de Hordijk (Wester Hordijk 215), de Hordijkkerk, uit 1936 staat eveneens op naam van architect Knevel. Mogelijk betreft het in beide gevallen ontwerpen van J.H.A. Knevel.

Het lijkt erop dat Knevel overwegend ontwierp in de heersende stijl van die tijd. Dit kan te maken hebben met zijn functie als gemeente-architect; een functie waarbinnen van hem verwacht werd goed op de hoogte te zijn van relevante ontwikkelingen in de bouw en in ontwerp-opvattingen. Mogelijk zagen de opdrachtgever of Knevel de school ook als een statement van de nieuwe tijd, waarvoor ze geprezen zouden worden. De vernieuwende typologie van reeksen tweezijdig belichte klaslokalen met een centrale hal en schoolzaal, toonde zo aan dat het gereformeerde onderwijs in de gemeente zeer vooruitstrevend was, of in ieder geval kennis had en deelnam aan de nieuwste inzichten op het gebied van scholenbouw in Nederland.

Ontwerpaspecten en kwaliteiten van het gebouw
Op de oorspronkelijke ontwerptekening wordt het project omschreven als een ‘plan van een lagere school’, gebouwd in opdracht van de vereniging gereformeerd schoolonderwijs Barendrecht. Getekend wordt een negenklassige school, met 1 vaklokaal (tiende lokaal), en een schoolzaal. Op dat moment was een zesklassige school regulier, in aansluiting op de zes leerjaren van de lagere school. De kleuterschool was in die tijd nog gescheiden. Dat doet vermoeden dat de school bij de bouw over voldoende aanmeldingen beschikte of verwachtte dat de realisatie van enkele extra lokalen gerechtvaardigd was.

Vensters op de buurt en het schoolleven
De bouw van de school in een nieuwe wijk en de samenstelling van de bevolking zal daarbij een positieve rol hebben gespeeld. De leslokalen liggen in een reeks van vijf diagonaal geschakeld op het zuiden: vijf lokalen op de begane grond, en vier lokalen en het vaklokaal (meest westelijk) op de eerste verdieping. De andere ruimtes liggen rond de centrale hal met het hoofdtrappenhuis, aan de noordzijde. De hoofdentree in de noordwest-gevel ligt naast de kamer van het schoolhoofd. De hoofdentree geeft direct toegang tot de aula en de hoofdhal. In de andere zijgevel (noordoost) is een tweede entree. Die geeft via een portaal toegang twee oostelijke lokalen, zodat die waarschijnlijk voor de jongste kinderen waren gedacht. Het portaal ontsluit tevens de aula, zodat deze ook meer zelfstandig te gebruiken is, en bijvoorbeeld in de avonduren door verenigingen kon worden gebruikt. De aula is voorzien van een zeer groot venster over twee verdiepingen met openslaande terrasdeuren, zodat direct contact mogelijk is met de buitenruimte. Dit element levert zo ook een venster op de buurt en een venster op het schoolleven. De toiletten en garderobe liggen geclusterd, verdeeld over de verdiepingen.

Licht, lucht, ruimte
Bijzonder aan deze naoorlogse school is de oplossing die gevonden is voor het creëren van een gezonde leeromgeving, met veel licht, lucht en daardoor het gevoel van ruimte. De school die in twee bouwlagen is opgebouwd bestaat uit reeksen leslokalen die diagonaal zijn geschakeld. De twee gevelvlakken zijn op het zuiden georiënteerd. Naar het exterieur toe wordt deze opzet als geheel zichtbaar als een zeer herkenbaar architectuurbeeld met zaagtandgevel. Door de lokaalschikking zijn de tweezijdig verlichte lokalen maximaal afgestemd op de opvatting van het streven naar licht en lucht, waarmee welzijn en gezondheid van de leerlingen extra kon worden bevorderd. Dat streven had ook ten doel de verhoging van de onderwijsprestaties te bevorderen: een gezond kind leert naar verwachting beter.

Zien leren doet leren
Overigens ontwierp architect Knevel twee typen lokalen: de vier lokalen op de uiteinden (west en oost) hebben niet twee wanden op het zuiden, maar bezitten een wand op het zuiden en een wand op het noorden. Het voordeel van deze schikking was dat minder kans op verblinding kan optreden, voor leerkracht en leerling. Het schoolbord aan de werkwand kan namelijk geplaatst worden op een wand met een tegenoverliggende wand die blind is. De beide zijwanden zijn dan van glas. Ten tweede had deze diagonale schikking nog een bijzonder kenmerk: kinderen in de ene klas kunnen via de vensters het onderwijsproces in de andere klas zien. Daar ligt een pedagogisch idee aan ten grondslag: zien leren, doet leren. Als je als kind ook andere kinderen dan jouw groep ziet leren, stimuleert dat tot deelname aan het onderwijs. Het motiveert, is het achterliggende idee. Ook op die manier kan het de onderwijsprestaties vergroten. De tussendeur in de hoeken van de lokalen was bedoeld voor toezicht tijdens de lessen. Als een leerkracht even uit het lokaal weg moest, kon de deur worden opgezet, en de leerkracht van het naastgelegen lokaal even toezicht houden.

Kinderen en leerkrachten: een sociaal en educatief geheel
De vorm van de hal als centraal element in de school, sluit aan op de diagonale schakeling van de leslokalen. Omdat een lange doorgaande gang ontbreekt, biedt een hal over twee verdiepingen met een hoofdtrap een zowel efficiënte als ruimtelijk aantrekkelijke manier om de lokalen te ontsluiten. Het is daarmee ook het vanzelfsprekende, centrale oriëntatiepunt in de school. Knevel ontwierp een trap met monumentale allure, door de oriëntatie op de aula en de twee verdwijnpunten op de verdieping. De as van de trap is georiënteerd op de toegang tot de aula met de glazen pui. De trap begint breed aan de onderzijde en versmalt dan licht naar boven toe, om via een klein tussenbordes naar twee zijden om te buigen. De trap is vrij open ontworpen, met constructieve dubbele metalen spijlen aan open zijkanten, en balustrades rond een open omloop in gelijke opzet. Dat open beeld bevordert niet alleen de oriëntatie maar creëert ook de mogelijkheid tot een goed overzicht. Er blijft contact tussen de verdiepingen en de school blijft als een geheel beleefbaar. De kinderen en leerkrachten zijn een (sociaal, educatief) geheel en niet verdeeld over bijvoorbeeld een onderbouw en bovenbouw.

Dubbelgebruik van de school
Het sociale aspect van de hoofdhal in deze halschool kreeg een bijzondere inhoudelijke invulling in de schoolzaal. Terwijl de hoofdhal de sociale samenhang en de beleving van collectieve eenheid van de groep bevestigt, biedt de schoolzaal inhoudelijke verdieping: hier konden bijvoorbeeld religieuze bijeenkomsten worden gehouden, waar het gereformeerde geloof werd beleefd en versterkt. Door het podium aan korte zijde en het orgel in de wand aan de andere korte zijde, is het geschikt voor religieuze bijeenkomsten, zoals bespreken van de bijbel en het zingen van psalmen.

De schoolzaal kon functioneren voor twee groepen: voor de gebruikers van de school maar ook voor de omwonenden. Allereerst de kinderen en leerkrachten. De negen reguliere klassen en het vaklokaal duiden erop dat op basis van het te verwachte aantal leerlingen de school groter dan een reguliere school werd gebouwd. Mogelijk bood juist deze behoefte aan extra klassen mede aanleiding om in deze school de schoolzaal te realiseren, want een schoolzaal was niet een standaardvoorziening in lagere scholen. Deze schoolzaal heeft een groot vloeroppervlak van bijna vier leslokalen en is dubbelhoog. De schoolzaal werd gefinancierd door de gemeente, het schoolbestuur, of gezamenlijk. Door de grote glazen pui tussen hal en zaal en de oriëntatie van de hoofdentree en hoofdtrap, lag de zaal hecht geïntegreerd in het schoolleven. Bovendien bood de grote dubbelhoge glazen pui in de buitenmuur een ruime blik op de buitenwereld. Tijdens de collectieve beleving van de inhoudelijke verdiepende evenementen, was er zo zicht op de buitenwereld, de buurt en de grotere sociale omgeving van de school. Leerlingen verbonden het gereformeerde geloof hier met de woonwijk, als opstap voor een leven in het vervolgonderwijs. Het orgel in de oostwand versterkt het belang van de zaal voor de gereformeerde samenkomsten met zang. Ook de nevenentree duidt op een zelfstandige functie met dubbelgebruik voor school en buurt. In dat opzicht legde de geloofsovertuiging een belangrijk stempel op het gebouw. De zaal kon zelfs gebruikt worden voor kerkdiensten, als daaraan behoefte zou zijn in de wijk. Omdat in de zaal met het podium naar verwachting ook evenementen voor buurtbewoners mogelijk waren, kon de school ook een bredere sociale functie vervullen: een buurt en wijkfunctie. Daarmee is de voormalige Gereformeerde school te beschouwen als een uiting van een specifieke invulling van de aandacht voor sociale centra in de naoorlogse jaren.

De school en zijn omgeving
De bouw van de voormalige gereformeerde school in 1955 maakte in stedenbouwkundig opzicht onderdeel uit van een sociale voorziening in een woonbuurt. De school werd gebouwd als een solitair pand in een rustige woonbuurt: de naoorlogse woonwijk de Driehoek, gelegen tegen de oude dorpskern aan.

Rond 1900 had Barendrecht in stedenbouwkundig opzicht zich ontwikkeld als een dorp langs een dijklint, de Voordijk, met een verdichting bij de kerk. In de loop van de twintigste eeuw ontstaat ook op andere plaatsen verdichting. De Oranjewijk/Stationsbuurt komt tot ontwikkeling in het zuidoosten bij het station. Na 1950 groeiden de twee kernen van Barendrecht (de oude dorpskern en de Stationsbuurt) geleidelijk naar elkaar toe. In het daaropvolgende stedenbouwkundig ontwerp voor Barendrecht wordt de realisatie van een aaneengegroeide bebouwing voor- zien, waarbij op een andere wijze over de bouw van scholen wordt gedacht. Dat ontwerp, getekend door het stedenbouwkundig adviesbureau van W. Wissing, is als ‘Uitbreidingsplan in onderdelen’ in 1956 vastgesteld. Wissing tekende een nieuwe doorgaande centrale weg, de Binnenlandse Baan, met aan weerszijden de woonbuurten en voorzieningen. Hij concentreerde de woonbuurten in min of meer rechthoekige eenheden (buurten). De voorzieningen, zoals scholen, clusterde hij in groepen op groene velden, ten noorden van de centrale ontsluitingsweg.

De Groen van Prinstererschool ligt in vergelijking tot de scholenclusters meer solitair, in de woonbuurt zelf. De situering is te kenmerken als die van een school die zich door afwijkende vorm (uniek en eenmalig in plaats van repeterend onderdeel) onderscheidde als een sociale voorziening op een compositorisch centrale plaats in woon- buurten. Met het zeer groen ingerichte school- terrein en het plantsoen oogt het vooral vanaf de openbare weg als een paviljoen in een groen buurtpark. De contour van het kavel van de school (de terreingrens) is ingepast in de rest van de verkaveling die te typeren is als woonstroken en woningreeksen langs tweezijdig bebouwde straten. Daardoor zijn functie én gebouw hecht geïntegreerd in de situatie. Knevel tekende niet alleen de school, maar ook het ontwerp van enkele woon- stroken in de buurt: de woningen in de Mr. Thorbeckestraat (1955), dwars op de Dr. Kuyperstraat. Deze woningen, vrijwel tegelijk gebouwd met de school in opdracht van woningbouwvereniging Patrimonium, liggen in het verlengde van het terrein van de school, gescheiden ervan door het groene school- terrein, en een plantsoen op de hoek van beide straten. Door middel van de bouwhoogte, twee bouwlagen, sluiten de woningen en de school op elkaar aan.

En al hoewel niet precies identiek in compositie is de woonbebouwing in de omgeving van de school door toegepaste materialen (baksteen), de gevelindeling met grote geclusterde raampartijen, en de overwegend twee bouwlagen min of meer afgestemd op de vormgeving van de school.

 

Veerkrachtig erfgoed

Deel dit monument

Adres

Dr. Kuperstraat 4, Barendrecht

Openingstijden

za 12 sep. 10:00 - 17:00

Achtergrondinformatie

Type monument:
Openbaar gebouw
Oorspronkelijke functie:
School
Architect:
J.H.A. Knevel
Bouwperiode:
1955-1957
Huidige functie:
Multifunctioneel centrum
Monument status:
Gemeentelijk monument
bekijk alle monumenten in
Barendrecht