



Het stadhuis is in de loop der eeuwen op alle mogelijke manieren op- en ook weer afgetuigd.
Wat u nu ziet, is in de zeventiende eeuw gebouwd, op het fundament van zeker drie voorgangers. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw ging het gebouw schuil achter flinke lagen pleisterwerk, maar daarna is het zorgvuldig gerestaureerd. Binnen was vroeger veel fraais te zien, waaronder behang van goudleer. Van dat alles is enkel de betimmering van de schepenbank bewaard gebleven, in de huidige trouwzaal op de verdieping. De schepenbank sprak recht in burgerlijke- en strafzaken; schepen = bestuurder. Er is alle reden om aan te nemen dat het stadhuis vanaf het begin op deze plaats heeft gestaan.
Heel vroeger, in de veertiende en vijftiende eeuw, combineerde het vier elk voor zich belangrijke stedelijke functies: het was lakenhal, huis voor het bestuur, gevangenis (onder de trap) en vleeshuis: de plaats waar de slagers hun vlees moesten verhandelen. Bestuur en gevangenis zijn steeds hier gebleven.