In Nederland zijn nog ongeveer 40 ijskelders intact gebleven. Deze zijn meestal gesitueerd op landgoederen in de nabijheid van een kasteel. Zij dateren vrijwel allemaal uit de 19e eeuw, zoals ook de Millse ijskelder. Destijds stond er aan de Oranjeboomstraat een bouwhof op een stuk grond van ongeveer 4000 m2. Dit perceel was eigendom van Jan van Lieshout, die de kost verdiende als boterkoopman en steenfabrikant. Zijn hobby was bierbrouwen en voor het koel houden van het bier werd rond 1900 de ondergrondse ijskelder aangelegd. Na de sloop van de bouwhof werd in 1890 rechts ernaast een villa gebouwd welke later de naam Mariënweerd kreeg. Totdat dit pand in 2012 werd gesloopt had het diverse bestemmingen, waaronder een dokterspraktijk en een gemeenschapshuis. Al in 1960 kocht de toenmalige gemeente het gehele complex en werd daarmee ook de eigenaar van de ijskelder.
De kelder heeft een afmeting van 220 cm hoog, 360 cm breed en 400 cm lang en de wanden zijn opgetrokken door middel van steens metselwerk. Het tongewelf was ter isolatie met een laag aarde afgedekt en zoals de meeste ijskelders stond het onder bomen vanwege de schaduw.
Deze ijskelder is half verdiept in het maaiveld, waardoor er een heuvel zichtbaar is. De ingang ligt op het noorden, zodat er zo min mogelijk warmte van de zon door de oorspronkelijke houten deur kon binnen dringen. De kelder is tot ongeveer 1930 in gebruik geweest en tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft de kelder ook zo nu en dan dienstgedaan als schuilkelder. Met het opkomen van vrieshuizen en de verdere ontwikkeling van de elektriciteit raakten de ijskelders in onbruik.
IJskelders werden vrijwel altijd gebouwd in de buurt van water, waar in de winter het ijs gehakt werd en in draagbare stukken werd verzaagd. Het ijs voor de ijskelder in Mill kwam van de grachten rondom kasteel Aldendriel en van Huize Pisla, nu villa Hof ten Hove aan de Langenboomseweg.