

De geschiedenis van Landgoed La Forêt begint bij jonkheer Hendrik Maurits van Loon, bankier en kamerheer van koning Willem III. Toen zijn zoon Louis Antoine van Loon in 1889 trouwde met de Française Adèle Françoise Tachard, schonk zijn vader hem een deel van zijn eigen landgoed Hydepark. Louis stichtte hier de nieuwe buitenplaats La Forêt en liet er een groot landhuis bouwen naar ontwerp van architect J.N. Landré. De buitenplaats werd in de vroege twintigste eeuw gekenmerkt door een ommuurde moestuin, een rosarium en uitgestrekte parkbossen met lanen en vijvers. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het landgoed door Duitse troepen bezet en raakte het door geallieerde bombardementen en brand zwaar beschadigd en deels verwoest. Na het overlijden van Louis van Loon in 1953 werd een deel van de buitenplaats, inclusief de moestuin, verkocht aan de Vereniging Bartiméus. De rest bleef eigendom van de familie. Dit resterende deel beslaat tegenwoordig nog circa 10 hectare historisch park; het is particulier eigendom en niet opengesteld voor het publiek. Hier is inmiddels een nieuw huis gebouwd dat nog altijd wordt bewoond door afstammelingen van de familie Van Loon.
Als bewaard gebleven elementen van deze buitenplaats liggen hier de vijver en de monumentale ijskelder uit 1891, verscholen in een begroeide heuvel. De kelder meet 10 bij 5 meter en weerspiegelt de toenmalige koeltechniek. Om de kou optimaal te isoleren, ligt de vloer lager dan de gang. De toegangszone fungeerde als een sluis met een extra binnendeur om warme lucht buiten te sluiten. In de winter werden er grote stukken ijs uit de naastgelegen vijver gezaagd en in de kelder opgeslagen. Dankzij de dikke bakstenen muren bleef het ijs tot diep in de zomer liggen, waarna het werd gebruikt om de ijskast in de keuken van het landhuis te koelen.