
Na verzanding van het zeegat tussen Texel en het toenmalige eilandje het Eijerland verdween de visserij uit het dorp en vertrokken veel inwoners naar elders. Het dorp verarmde. Het onderhoud van de kerk werd te duur. De kerkelijke gemeente sloopte de kerk, bouwde in 1719 met de vrij komende materialen een kleinere kerk, de huidige. De resterende bakstenen werden verkocht. De toenmalige inwoners van De Koog hadden het niet breed. Desondanks besteedden de timmerlieden veel aandacht aan details in het eenvoudige zaalkerkje, zoals de kleurige, geneden rozetten in het gewelf. Schoolmeester Jan Klock was er in 1720 voorzanger/koster/klokopwinder en klokkenluider.
De middeleeuwse stenen in de zuidmuur van de huidige kerk zijn afkomstig van de kerk op de Vogelmient. Zulk hergebruik van materialen was tot in de twintigste eeuw gebruikelijk op Texel en ook elders langs de Noordzeekust. Materialen waren immers duur en arbeid relatief goedkoop.
In 1928 werd het oude 18e eeuwse torenuurwerk vervangen door een modern exemplaar en werden de huidige wijzerplaten aan de buitenkant van het torentje aangebracht. De olielampen maakten plaats voor electrische verlichting en de galerij en consistoriekamer werden toegevoegd.
De kerk en het ernaast staande Huisje Mosk zijn de oudste gebouwen van het huidge dorp De Koog. De kerk is een rijksmonument.