Aan de rand van de Achterhoek ligt het mooie dorpje Almen. Midden in het dorp staat de van oorsprong middeleeuwse kerk, bekend door het gedicht “De Hoofdige Boer” van dichter A.C.W. Staring uit 1820: “Elk weet, waar ’t Almensch Kerkje staat, en kent de laan, die derwaart gaat”.
Minder bekend is dat zich onder het koor van de kerk een heel opmerkelijke grafkelder bevindt, een zogenaamde crypte. Crypten zijn op zich al bijzonder, want slechts een klein deel van de oude kerken heeft of had een dergelijke grafkelder. In deze grafkelder staan 18 kisten van verschillende grootte met de gemummificeerde lichamen van een aantal bewoners van onder andere kasteel “De Ehze” en huize “Het Hulze”; twee adellijke families die hier woonden.
De oudste kist dateert uit 1714. Het is heel bijzonder dat de kisten en de lichamen van de overledenen zo goed bewaard zijn gebleven. Zeer waarschijnlijk komt dit door een bijzondere luchtstroom. Dit maakt dat de Almense kerk met de mummiekelder een unieke plek in Nederland is. De crypte werd in 1849 afgesloten en raakte enigszins in vergetelheid. Ze heeft hierdoor in de anderhalve eeuw na afsluiting niet of nauwelijks aandacht gekregen. Over de achtergronden van de grafkelder is dan ook weinig bekend. Bovendien heeft men in al die tijd de kelder nauwelijks onderhouden. Sinds 2018 heeft zich een groep Almenaren en wetenschappers verzameld om de Almense crypte de aandacht te geven die ze verdient. Hiervoor is de Stichting Almens Crypte opgericht.
De kerk is open voor bezichtiging, het verhaal over de crypte en overledenen wordt op posterborden en via lezingen verteld. Ook zijn er vrijwilligers aanwezig die rondleidingen in en rondom de kerk geven. De crypte zelf is niet te bezichtigen.