


Na de reformatie mocht het katholieke geloof niet meer zichtbaar in het straatbeeld beleden worden. Katholieken hielden hun diensten in achteraf liggende locaties, zogenoemde schuilkerken. In de loop van de 19e eeuw werd het weer toegestaan om openlijk elk geloof te belijden. De schuilkerk in de kapel aan de Achterstraat brandde in 1877 af en de bijkerk aan het Achterom was veel te klein om de hele parochie te huisvesten. De brand bleek een goede aanleiding voor de bouw van een nieuwe kerk op een prominente plek aan het Grote Noord.
Voor het ontwerp werd de Hoornse architect A.C. Bleijs (1842-1912) aangetrokken. Een logische keuze: hij was parochiaan en een zeer bekwaam architect die inmiddels meerdere kerken in Noord- en Zuid-Holland op zijn naam had staan. Bleijs wenste zich niet te beperken tot één bouwstijl (zoals Pierre Cuypers met zijn neogotiek). Het revolutionaire ontwerp van de St. Cyriacuskerk getuigt van het nieuwe zelfbewustzijn van de katholieke gemeenschap in Hoorn. De kerk werd in 1882 in gebruik genomen.
Deze kerk is een driebeukige kruisbasiliek met galerijen en een koepel boven de viering. Het pand vult het hele terrein dat beschikbaar was, hierdoor is de voorgevel gerend ten opzichte van de rest van de kerk. Naast de hoofdingang aan het Grote Noord twee elegante fronttorens met fraai siermetselwerk en Oosters aandoende bekroning. Grote ramen in renaissancevorm zorgen voor een ruime lichtval. De achthoekige koepel was oorspronkelijk met leien gedekt en wordt bekroond door een lantaarn. Zowel op het koepeldak als het hoofddak staan barokke dakkapellen.
Inwendig heeft de Koepelkerk galerijen met bovenlichten, houten tongewelven met cassetten, gemetselde zijbeukgewelven, en marmeren kolommen en pilasters. Bijzonder zijn de binnenmuren van kunstzandsteen, een voor die tijd zeer modern bouwmateriaal. Het interieur wordt onder meer verfraaid door gebrandschilderde ramen van F. Nicolas & Zonen uit Roermond en muurschilderingen van Jan Dunselman. Uit de bouwtijd dateren onder andere de neorenaissance biechtstoelen, de kruiswegstaties en de mahoniehouten kerkbanken. Uit de voormalige schuilkerk zijn nog de 15e -eeuwse houten piëta (Maria met de dode Christus) en de eiken preekstoel uit 1756 (Lodewijk XV-stijl) bewaard gebleven.
Op de bovenste galerij achterin de kerk staat een Maarschalkerweerdorgel uit 1883. De door architect Bleijs ontworpen orgelkas heeft op de fronttorens geïnspireerde zijtorens en daartussen de eerste open pijpopstelling in Nederland. Stadsorganist Mark Heerink laat u graag meer zien en horen in dit korte filmpje.