

In 1820 liet Cornelis Munter op het nu ruim drie eeuwen bestaande landgoed een neoclassicistisch landhuis bouwen. Het interieur is deels voorzien van rijke (veelal oudere) interieurafwerkingen. Het huis is omgeven door een groot landgoed (ooit 165 ha.!). In de eerste helft van de 20e eeuw wordt het landgoed in opdracht van dhr. A.G. Schimmelpenninck, grootofficier van de Koningin, herschapen door Samuel Voorhoeve, de Oosterbeekse landschapsarchitect. Tussen 1921 en 1944 drukt hij als landschapsarchitect en rentmeester zijn stempel op de landschapsinrichting.
Het huis, sinds 1820 vele malen vergroot, is inmiddels al geruime tijd in handen van een projectontwikkelaar die het veelal heeft verhuurd aan diverse zorginstellingen. Dit naar voorbeeld van de familie Schimmelpenninck, die het al vanaf de jaren vijftig verhuurde.
In 1970 wordt het landgoed verkocht aan Staatsbosbeheer, die de oude zichtlijnen heeft hersteld. Het huis (een Rijksmonument) en de overige gebouwen zijn nog steeds in bezit van een projectontwikkelaar.
Wat is er over en herkenbaar van dit rijke huis met zijn veelal onbekende rijke interieur en het tussen 1921 en 1944 door de Oosterbeekse landschapsarchitect Samuel Voorhoeve heringerichte landschap?
Dé deskundige als het om Samuel Voorhoeve gaat, Ruud Schaafsma neemt u mee en laat u de zichtlijnen weer zien.
Als het om het huis gaat kan de vraag gesteld worden of de maatschappelijke functies, die het sinds de vijftiger jaren van de vorige eeuw herbergde, passen bij de deels delicate architectuur en interieur. Ook kan de vraag gesteld worden hoeveel niet-monumentale uitbreiding een pand als dit verdraagt. Wordt het nu weer bedreigd door de beoogde nieuwe gebruiker?