Bij het definitieve ontwerp van Fort Honswijk was al bekend dat het niet mogelijk zou zijn de noordelijke Lekdijk met één enkel verdedigingswerk in zijn geheel te verdedigen. De bochten in de Lekdijk veroorzaakten grote dode hoeken, die vanaf het Fort onvoldoende bestreken konden worden. Daarom legde men tussen 1845-1846 ten noordoosten van het Fort langs het riviertje De Snel een klein driehoekig verdedigingswerk zonder gebouwen aan: Lunet bij Honswijk, later aangeduid als Lunet aan de Snel. Dit gesloten aardwerk was ondersteunend aan de verdediging van Fort Honswijk, terwijl men van daaruit tevens het riviertje De Snel, dat diende als inundatiewatergang, kon verdedigen.
De lunet werd al in 1873-1874 grondig onder handen genomen. Men breidde de lunet uit en verzwaarde de wallen. Dat deze werkzaamheden niet altijd van een leien dakje gingen, blijkt uit de problemen die men had met verzakkingen van de opgebrachte grond.
Verder bouwde men in het midden van het verdedigingswerk een bomvrij gebouw met bovengelegen remise. Van de buitenkant ziet dit gebouw er niet spectaculair uit. Toch heeft het iets bijzonders. Binnen bevindt zich namelijk een munitie takellift die in verbinding staat met de bovengelegen remise. Op deze manier kon men de munitie vanuit de magazijnen in de bomvrije kazerne naar boven hijsen en vanuit de remise verdelen over het geschut. Later is ook nog een bergloods gebouwd.