

De Lutherse Kerk in Utrecht kent een geschiedenis die teruggaat tot 1412, toen op deze plek het Sint-Ursulaklooster werd gesticht. Het oudste deel van het huidige gebouw is de voormalige kloosterkapel, gewijd aan de heilige Ursula. Deze vijftiende-eeuwse kapel maakte deel uit van een kloostercomplex dat ingeklemd lag tussen de Hamburgerstraat, Lange Nieuwstraat, Oudegracht en Abraham Dolesteeg. Na de Reformatie kreeg het complex verschillende functies, totdat de Lutherse gemeente het in 1743 in gebruik nam.
De kerk staat te boek als schuilkerk, maar de kerk is niet echt verstopt. De Lutheranen in Utrecht konden behoorlijk openlijk hun geloof belijden, maar wel onopvallend. In 1745 werd de kloosterkapel verbouwd. Het gebouw kreeg een sobere gevel in Lodewijk XIV-stijl, die eerder lijkt op een statig grachtenpand dan op een kerk. Achter deze façade vind je een volledig ingerichte kerkruimte. Voor de toegang werd een nieuwe vleugel gebouwd naar ontwerp van Jan Cloppenburg, met op de gevel het jaartal 1745. Bovenop de toren staat een windvaan in de vorm van een zwaan, het symbool van Maarten Luther. Het interieur werd in 1826 vernieuwd en is eenvoudig van karakter, met als blikvanger een rijk versierd orgel uit 1880.