Aan de Oostvaart, ongeveer een kilometer ten noordoosten van Hazerswoude-Dorp is de Geremolen, ook bekend als ‘Blauwe Wip’ of ‘Gerewip’ gelegen. Timmerman Jacob Claesz bouwde de molen voor een bedrag van 1478 gulden. Veel later in de tijd, in 1760, vond er een eerste, gedocumenteerde renovatie plaats doen het gehele bovenhuis vernieuwd werd.
Dat de molen soms een groot molenaarsgezin herbergde blijkt uit een bewaard gebleven foto in de beeldbank van het Historisch Museum Hazerswoude. Daarop prijkt het gezin van molenaar Jac van Elswijk die in het eerste kwart van de twintigste eeuw molenaar was. De Geremolen was een seinmolen van 1926 tot 1959. Een seinmolen was een poldermolen waarvan de molenaar van het hoogheemraadschap de taak had gekregen om andere molenaars in de omgeving het sein te geven de bemaling van de polder te staken als het waterpeil van de boezem te hoog werd. Dit om overstromingen te voorkomen. Overdag werd op de seinmolen aan de rechtopstaande wiek een zwart-wit-zwarte-vlag gehesen en ’s nachts werd een heldere lantaarn gebruikt als sein voor de andere molenaars.
Toen bemaling van de polders Oost- en Westgeer in 1959 door de Geremolen niet meer nodig was, raakte de molen in verval. Van 1969 tot 1974 was de provincie Zuid-Holland eigenaar. Daarna nam de Rijnlandse Molenstichting de molen over. Tijdens de restauratie gedurende de jaren 1976-1986 zijn verschillende onderdelen van de molen verwijderd. Het gaat om de schepas, het wateras en het onderwiel. Laatstgenoemd onderdeel is verhuisd naar de Kortrijkse molen in Breukelen. Het oude scheprad is in delen aan de Stichting De Utrechtse Molen geschonken. Sinds de zomer van 2013 is de molen weer maalvaardig. Helaas is het bijbehorende molenaarshuis zeer vervallen.