In een ver verleden stond molen ‘De Rooie Wip’ op een andere locatie dan tegenwoordig. In 1639 werd de molen verplaatst van de plek waar nu de spoorlijn Leiden-Utrecht loopt naar de huidige locatie. De vroegste geschiedenis gaat terug tot 16 mei 1567 toen de molen werd gebouwd. Hij werd ingezet om de waterhuishouding te regelen in de Gemenewegse polder. Niet voor niets heet ‘De Rooie Wip’ officieel de Gemenewegse molen. Hij is prachtig gesitueerd in het polderlandschap. Tot begin jaren ’30 lag de molen vlakbij de ‘toegangspoort’tot Hazerswoude, komend vanuit de Rijndijk. Op de plaats waar nu de rotonde ligt waar het verkeer links in de richting van Leiden en rechts richting Alphen aan den Rijn kan, bevond zich vroeger een tolboom die tot 1932 iedere avond werd afgesloten (de sleutel wordt heden bewaard in het historisch museum aan de Dorpsstraat 66).
In vroeger eeuwen werd het vee langs de tolboom over de algemene weg naar de polders gedreven. In de nabijheid van de molen lag eeuwen geleden nog een eendenkooi. De molen doorstond de stormen van de tijd. Soms ook letterlijk, bijvoorbeeld in december 1703, toen het molenhuis tijdens een zware storm verloren ging en vervangen werd door een nieuwe. De verklaring voor de naam ‘wip’ is deze: bij harde wind kan de molen gaan schudden, wat vroeger “wippen” werd genoemd. Er woonde van oudsher een molenaarsgezin. Het bovenhuis is geheel draaibaar om vanuit iedere windrichting gebruik te kunnen maken van de wind. Wat overbleef is de molen die tot 1956-1957 de polder bleef bemalen. Een elektrisch gemaal nam haar taak toen over. Het polderbestuur verkocht de molen aan Aaltje Pool voor de som van 7500 gulden. Voorwaarde was dat de nieuwe eigenaar de molen maalvaardig hield. In 1961 werd de molen grondig gerestaureerd. In de jaren ’80 werd het molenhuis door nieuwbouw vervangen.
Eind 1978 zijn alle zelfstandige polders opgeheven en werden ze ondergebracht in grootwaterschappen. De Gemenewegse polder viel toen onder het waterschap Wilck en Wiericke. De opheffing van de zelfstandigheid hield ook in dat elke burger nu moest bijdragen in de onderhoudskosten van de waterstaatkundige objecten die nodig zijn om het polderwaterpeil in stand te houden. De laatste particuliere eigenaar kon de kosten voor de instandhouding niet meer opbrengen en verkocht ‘De Rooie Wip’ in 1992 voor het symbolische bedrag van een gulden aan de gelijknamige stichting. Tijdens de restauratie gedurende de periode 1994-1995 werd het in 1894 vergrote scheprad zo gemaakt dat het in een rondmaalcircuit water kan verzetten. In 2020 zijn veel houten constructiedelen vervangen en is het riet volledig vernieuwd. In 2021 is de molen geheel geschilderd. In 2025 is het buitenterrein opgehoogd en gerestaureerd en zijn de kruipalen vervangen.
Bij voldoende wind wordt er gemalen op maandag of dinsdag en op vrijdag of zaterdag.
De molen mag met recht een plaatje heten omdat hij behoort tot een van de meest gefotografeerde molens van Nederland! In miniatuur is ‘De Rooie Wip’ de Atlantische oceaan overgestoken naar New York in 1964. Kunstenaar Gerrit Sepers had een miniatuurmodel van de molen gemaakt. De Amsterdamse burgemeester Van Hall overhandigde dit aan de New Yorkse burgemeester Robert Wagner ter gelegenheid van het 300-jarige bestaan van de stad. Zo prijkte er lange tijd een Hazerswoudse molen in de botanische tuin van de wijk Queens!