
Het GOLS-Museum vertelt over de geschiedenis van de Geldersch-Overijsselsche Lokaal Spoorweg. Deze spoorweg werd opgericht door de Winterswijkse textielfabrikant Jan Willink, die het textielgebied in Twente wilde verbinden met de Achterhoek. In 1879 kwam Willink met de plannen om naast de net geopende spoorlijn tussen Zutphen en Winterswijk ook verbindingen aan te leggen tussen Winterswijk en Zevenaar en Winterswijk en Hengelo (Ov).
De spoorlijn richting Zevenaar werd geopend in juli 1885 was voor de textielindustrie minder aantrekkelijk, maar werd vooral ingezet voor vervoer van en naar de steenfabrieken en ijzergieterijen in de Liemers. De lijn richting Hengelo kreeg al snel de bijnaam ‘schaddenspoor’, omdat men dacht dat deze verbinding vooral gebruikt zou worden om ‘schadden’, of heideplaggen, te vervoeren om kachels mee te stoken. Echter bleek deze lijn ook erg geschikt voor het vervoeren van andere goederen, waaronder hout, en was het ook uitstekend geschikt voor personenvervoer. In Groenlo had deze spoorlijn een aftakking naar de Stoomhoutzagerij Nahuis, van waaruit hout vervoerd werd.
Station Groenlo werd geopend op 15 oktober 1884 en het stations is gebouwd in 1883. Door de aanleg van tramlijnen en de introductie van busvervoer werd de spoorlijn in oktober 1937 gesloten voor persoonsvervoer. Tot 1972 werd het spoor nog wel gebruikt voor goederenvervoer tussen Winterswijk en Neede/Borculo. In 1977 werd het spoor uiteindelijk weggehaald.
In 2016 is weer een deel van het spoor teruggeplaatst nabij het station, waar nu ook weer een aantal wagons geplaatst zijn.