De kerk stamt uit circa 1200. Van het oorspronkelijke bouwwerk is de noordmuur bewaard gebleven, waarin nog sporen zichtbaar zijn van dichtgemetselde romaanse vensters. In 1777 werd het huidige tongewelf aangebracht. Ruim een eeuw later, in 1888, maakte de oorspronkelijke zadeldaktoren plaats voor een slanke spits.
Het interieur geldt als een van de meest complete en fraaiste protestantse kerkinterieurs van Fryslân. Tot de historische inrichting behoren onder meer de kansel, het doophek, de vrouwenbanken en de afgesloten mannenbanken. Het orgel, gebouwd door Rudolf Knol in 1788, is voorzien van beschilderde houten gordijnen en een rijk gesneden balustrade.
Onder het verhoogde koor bevindt zich de grafkelder van de familie Walta, die in 1609 werd ingericht. Hier liggen al eeuwenlang de beroemde mummies van deze familie. In de kerk is bovendien een permanente tentoonstelling ingericht over de grafkelder en de geschiedenis van de labadisten.