Het oudste deel van de oorspronkelijk Romaanse Liudgerkerk stamt uit de 12-de of eerste helft van de 13-de eeuw. Het schip is volledig opgetrokken in tufsteen. De kerktoren werd in de 13-de eeuw gebouwd met baksteen en delen tufsteen die bij de afbraak van dat deel van de kerk vrijkwam. In die eeuw werd ook een zijbeuk gebouwd aan de zuidzijde. Aan de noordzijde is de muur ook open geweest; waarschijnlijk is de daar geplande zijbeuk niet doorgegaan en is de kerk weer dichtgemetseld.
Het rieten dak van de kerk werd later vervangen door dakpannen. De oorspronkelijke apsis (een halfronde, of veelhoekige, nisvormige ruimte) werd halverwege de 17-de eeuw vervangen door het huidige driezijdig gesloten koor. Het oude altaar van Bremer zandsteen is tijdens de Reformatie weggehaald en als puin onder de vloer gelegd. In 1967 is het bij de restauratie teruggevonden. In 1879 werd de kerk gepleisterd, maar bij dezelfde restauratie ongedaan gemaakt. Toen zijn ook de oude romaanse vensters weer teruggezet.
De fraai rijk gesneden preekstoel is in 1705 vervaardigd door Allert Meijer en Jan de Rijk. Het kerkorgel is 1895 geleverd door de gebroeders Van Oeckelen. De kerkklok uit 1620 van de klokkengieters François Simon en André Obertin (Aubertin) uit Lotharingen werd in de Tweede Wereldoorlog omgesmolten en na de oorlog vervangen door een nieuwe.
De kerk is eigendom van de Stichting Groninger Kerken.