
In 1868 werd de noodkerk gebouwd in het zgn. ‘klein Roosendaal’, het gedeelte aan de andere kant van de spoorlijn. De paters Redemptoristen wilden zich in West Brabant vestigen vanwege hun activiteiten in de streek. Er kwam een klooster met een kloosterkerk maar de kerk had wel een openbare functie. Een parochiekerk kon het niet zijn want de taak van de Redemptoristen was het prediken van missie en retraites. Toen de noodkerk net in gebruik was genomen, bleek deze al snel te klein te zijn. De definitieve kerk werd gebouwd in 1874 naar een ontwerp van architect Th. Asseler in een romaans- byzantijnse stijl voor de paters Redemptoristen. De keuze hiervoor heeft waarschijnlijk te maken met de patrones van de kerk: O.L. Vrouw van Altijddurende Bijstand. Dit is de naam van een byzantijnse icoon uit de 15e eeuw, geschilderd op Kreta en in 1498 naar Rome gebracht. In 1853 vertrouwde Paus Pius IX de verering en verspreiding van deze icoon toe aan de Redemptoristen.
De kerk werd tussen 1907 en 1909 verbouwd door de Roosendaalse architect A.J. de Bruijn, onder toezicht van P.J.H. Cuypers. De kerk werd met 3½ travee verlengd en voorzien van een vieringtoren, de kooromgang verdween. Tussen 1963 en 1968 werd de kerk gerestaureerd onder leiding van J. Hurks. Toen de Redemptoristen uit Roosendaal vertrokken, werd de Paterskerk parochiekerk, de Onze Lieve Vrouwekerk. De kerk werd grondig gerestaureerd. De kerk is in juni 2026 aan de eredienst onttrokken.
De Paterstuin achter de kerk is zeker de moeite waard om te bezoeken!