
De grote inrijpoort in het midden dateert vrijwel zeker uit 1910, toen weduwe Anna van Mariënhoff-Van der Veur het pand liet herbouwen en er een magazijn, wachtkamer en desinfectieruimte in liet aanbrengen. Zij liet het later na aan het Wijkse gasthuis, dat in 1910 al 840 m² van het 1.100 m² grote achtererf had gekocht om de gasthuistuin te vergroten. Later waren hier het Groene Kruis en de wijkverpleegster gevestigd. Het huidige woonhuis bevat nog verschillende 16e-eeuwse bouwonderdelen, waaronder een zijmuur met trapgevel aan de linkerzijde, een kelder rechtsachter en balklagen.