De begraafplaats is één van de oudste van Nederland, waarschijnlijk van rond de 15e/16e eeuw. De oudste aanwezige grafsteen is van Segger uit 1625. Eén van de laatste dorpsgenoten die er begraven ligt is de 21-jarige student Adam Kolthof. Begin 1945 is hij al als tewerkgestelde in kamp Zöschen overleden en kon pas in 1949 in het graf naast zijn opa worden bijgezet. Het was Johanna Frederika ter Horst, die er voor gezorgd heeft dat deze historische plek bewaard is gebleven. Zij richtte in 1912 de Vereniging Gemeenschappelijk Onderhoud (VGO) op. Het poortgebouw dateert van 1894-’95 naar ontwerp van architect J. Haarhendriks. Gemeentearchitect J. Moll heeft een tekening gemaakt van een inrichting van de begraafplaats. De contouren van het eerste Lambertuskerkje dat hier gestaan heeft zijn in de paden met corton stalen platen aangegeven. Ook bevinden zich er enkele herdenkingsstenen uit WOII. Op de begraafplaats zijn diverse graven te vinden van bekende Hengeloërs: baron Mulert/laatste bewoner Huys Hengelo, Jan Dijk 1e burgemeester Hengelo, Jan van Alphen/wethouder en landsbestuurder, Lambertus Hagen/bierbrouwer, Albert en Frederik van Wezel/vervoerder, Rudolf Adriaan de Monchy directeur KNKS, Jurriaan Engelbert Stork/directeur Machinefabriek/KWF, Johan
van Benthem/schoolmeester, Pieter van Delden/huisarts en Conrad Schwalemeijer/kastelein. Uniek zijn ook de aanwezige graftrommels, ook wel kransdozen of kranstrommels genoemd, die als funerair erfgoed voor de toekomst zorgvuldig bewaard worden. Met het er naast gelegen terrein van het voormalige Huys Hengelo – waar de oude fabrieken van de HEEMAF hebben gestaan – vormt het een unieke locatie in Hengelo, die het verdient om blijvend bewaard te blijven.