De begraafplaats werd op last van de Hervormde Gemeente aangelegd in 1843 op een buitendijks gelegen stuk rietland.
Op het ijzeren toegangshek staan aan weerszijden twee gevleugelde zandlopers en in het midden een doodshoofd met gekruiste doodsbeenderen, als vergankelijkheidssymbolen.
De buitendijkse begraafplaats overstroomde vaak, zoals tijdens de watersnoodramp van 1953.De grafstenen liggen en staan in het zand, omdat voor de veelvuldige ophogingen rivierzand werd gebruikt.
Op de begraafplaats bevindt zich ook een zg. drenkelingenhuisje uit 1863, waarin zich een met zink beklede drenkelingenkist bevindt, nodig om drenkelingen uit de Lek onder te brengen en te begraven.
In 1970 kocht de gemeente Nieuw-Lekkerland de begraafplaats van de Hervormde Gemeente. In 1982 werd de dijk achter de begraafplaats aangelegd.
Op de begraafplaats bevinden zich twee grafkelders, waaronder een van de nestor van de Nederlandse scheepsbouw,, de bekende Kinderdijker Fop Smit. Ook andere invloedrijke leden van de Smitfamilie vonden hier hun laatste rustplaats. Tevens zijn er drie oorlogsgraven.
De begraafplaats wordt soms nog gebruikt voor bijzetting van nazaten.
Opvallend zijn de prachtige eeuwenoude bomen, waaronder een monumentale treurbeuk.
Sinds 2010 is de begraafplaats gemeentelijk monument