


Het bordes voor het middeleeuwse stadhuis en de kelders werden in 1529 vernieuwd naar ontwerp van Jan Darkennes, die van 1521 tot 1572 ook werkzaam was als bouwmeester van de Sint-Jan. Het bordes werd herbouwd in 1670. De middeleeuwse kelders onder het stadhuis bleven ongewijzigd. De middelste kelder heeft een fraaie vormgeving met kalkstenen kruisribgewelven en kolommen, een stenen schouw en kaars nissen in de zijwanden. De kelders werden vooral als opslag gebruikt. Een zadel- en een harnasmaker maakten aan het begin van de 16e eeuw (vóór de verbouwing) gebruik van de grote middenkelder. Later in de 16e eeuw maakten zij plaats voor de zogenoemde groenroeden, een soort stedelijke deurwaarders. Tot de 19e eeuw bewaarde men hier ook de onderdelen van het schavot dat bij gelegenheid op de Markt voor het stadhuis werd gemonteerd. De dichtgestorte kelders werden op initiatief van burgemeester Van Lanschot rond 1927 weer opengelegd en in gebruik genomen.