Het Kerkplein van Rijsenburg ligt aan de Hoofdstraat van Driebergen-Rijsenburg. De katholieke kerk St. Petrus’ Banden vormt samen met het Kerkplein en het Wapen van Rijsenburg een beschermd dorpsgezicht. De bebouwing rond het Kerkplein voor de kerk bestaat aan weerszijden uit twee huizenblokken in een half gebogen vorm.
Petrus van Oosthuyse
Petrus van Oosthuyse was een Vlaming die in 1805 de buitenplaats Sparrendaal kocht. Een jaar later kocht hij de resten van heerlijkheid Rijsenburg en verkreeg daarmee de titel ‘Heer van Rijsenburg’. Van Oosthuyse woonde als zakenman en grootgrondbezitter in Den Haag maar vertoefde ’s zomers op Sparrendaal. In de Franse tijd verwierf hij de opdracht om het Franse leger van kostuums te voorzien. In zijn werkplaats zetten tientallen mannen en vrouwen militaire kleding in elkaar met daaraan diverse knopen en versierselen. Zo leverde hij ook aan het Franse leger bij Austerlitz, op de heide van Driebergen.
Mede door de aanwezigheid van de vele Franse militairen in de omgeving vatte hij als devoot katholiek het plan op om een rooms-katholieke leefgemeenschap te stichten rondom een nog te bouwen katholieke kerk. Het nog niet bestaande ‘dorp’ werd genoemd naar het vroegere, twee kilometer verderop gelegen, niet meer bestaande Kasteel Rijsenburg.
Sint Petrus’ Banden
Op 1 augustus 1810, de dag van St. Petrus’ Banden werd de de St. Petrus’ Bandenkerk feestelijk ingewijd door monseigneur Ciamberlani, de bisschop van Mechelen en Kamerrijk. Ter gelegenheid van de inwijding werden 200 zilveren gedenkpenningen geslagen. Een jaar later werd Van Oosthuyse burgemeester van zowel het katholieke Rijsenburg als het overwegend protestante Driebergen.
Plein
Van Oosthuyse had als architect voor zijn nieuw te bouwen kerk de Haagse meestertimmerman Adrianus Tollus gekozen. Onderdeel van diens opdracht was naast het ontwerpen van een kerk met plein het ontwerpen van een herberg annex rechthuis tegenover de kerk, het tegenwoordige Wapen van Rijsenburg. In 1809 begon Tollus met het tekenen van een kerkplein. Voor de ambachtslieden in zijn bedrijf liet Van Oosthuyse huizen en werkplaatsen ontwerpen. Dat waren vooral Franse ambachtslieden, zoals knopen-, hoeden-, petten-, laarzen- en kousenmakers. Om het plein kwamen woon- en koetshuizen in een halve cirkel. Bij de aanleg van het half-cirkelvormige pleintje liet Tollus zich inspireren door het Sint-Pietersplein in Rome. De verdiepingloze panden kregen een mansardedak, de huizen aan de Hoofdstraat die het verst van de kerk stonden kregen een zadeldak. De ojiefvormen van de wangen van de kerk komen terug in de topgevels van de panden langs het Kerkplein. In de gevels aan de straat en het plein zijn afwisselend vensters en deuren in empirestijl en brede etalagevensters met getoogde bovenlichten aangebracht. De oostelijke en westelijke helft van het plein zijn op enkele verschillen na identiek. Door de gebogen vorm van de kleine huizenblokken wordt de aandacht naar de zuilenportiek van de kerk getrokken. Een bekende vroegere bewoner van het Kerkplein is Alfred Tepe.