

Kort na de bouw van het oorspronkelijke kerkgebouw werd een tweede beuk toegevoegd. Hiervoor werden ronde gewelven uitgehakt in de zuidelijke muur. Hoewel beide delen samen één geheel vormden, spraken inwoners destijds over ‘de oude kerk’ en ‘de nieuwe kerk’.
In 1918 werd de Dorpskerk getroffen door een grote brand. Daarbij werd de zuidelijke beuk, de zogenoemde nieuwe kerk, volledig verwoest.
Vanwege het afnemende aantal kerkgangers werd besloten deze beuk niet te herbouwen. Daardoor is alleen de noordzijde van de middeleeuwse kerk in oorspronkelijke staat behouden gebleven. De huidige zuidmuur werd later opgetrokken naar het voorbeeld van de noordmuur.
Door de eeuwen heen verzakte de kerktoren geleidelijk. In een document uit 1763 wordt al melding gemaakt van een scheve toren. Dit maakt de Dorpskerk niet alleen een bijzonder monument, maar ook een gebouw met een zichtbaar en uniek verhaal.