


Op 12 en 13 september 2026 vindt in Arnhem de 40ste editie van Open Monumentendag plaats.
Op deze dagen zijn duizenden monumenten in heel Nederland gratis toegankelijk voor het publiek. Ook de gemeente Arnhem opent al sinds jaar en dag de deuren het Duivelshuis en het gemeentehuis. Het duivelshuis is een Rijksmonumenten stamt uit de 16e eeuw en is een toonbeeld van een stadskasteel.
Stadhuis en Duivelshuis
Het Stadhuis en het Duivelshuis zijn gemeentelijk respectievelijk Rijksmonument. Het stadhuis is een wederopbouwmonument gebouwd in de jaren ’60. Het Duivelshuis, ook wel het Maarten van Rossumhuis genoemd, stamt uit de 16de eeuw en is in de eeuwen erna veelvuldig gemodificeerd en aangevuld.
Sinds 1830 hebben de burgemeesters van Arnhem hun werkkamer in het Duivelshuis. In 1963 werd het Duivelshuis opgenomen in de nieuwbouw. Samen met het Provinciehuis aan de Markt is het nieuwe stadhuis een van de eerste belangrijke overheidsgebouwen in de stedelijke vernieuwing van het centrum van Arnhem in de wederopbouwperiode.
Historie Duivelshuis
Het Duivelshuis is een van de belangrijkste monumenten van Arnhem. Het huis is gebouwd in de 15e eeuw. Later, in de 16e eeuw, werd het huis eigendom van Maarten van Rossum. Hij liet het huis verbouwen met een gevel in een nieuwe bouwstijl, die we nu de ‘Renaissance’ noemen. Deze gevel is een van de eerste voorbeelden van deze stijl in Nederland. Van Rossum liet ook veel beelden aan het huis toevoegen. De Arnhemmers dachten dat de saters op de voorgevel duivels waren. Zo kwam het huis waarschijnlijk aan de naam Duivelshuis.
Fotografie: Cynthia Nicholson
Oorlogsschade doorstaan
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het stadhuis zwaar beschadigd en grotendeels gesloopt, maar het Duivelshuis bleef vrijwel intact. Dat maakt het tot een zeldzaam bewaard gebleven middeleeuws‑renaissance gebouw in een binnenstad die verder grotendeels verwoest werd.
Herbouw en integratie
In 1963–1968 werd het Duivelshuis opgenomen in de nieuwbouw van het stadhuis, waardoor oud en nieuw letterlijk met elkaar verbonden raakten. Het gebouw kreeg zo een nieuwe rol in de wederopbouw van Arnhem en bleef een actief bestuurscentrum.