
Het stadhuis van Sneek bestaat al sinds ongeveer 1550. Het gebouw heeft één van de mooiste rococo-gevels uit de 18e eeuw van Nederland. Een bijzonder onderdeel van het stadhuis is de Grote Raadzaal, waar onder andere goudleerbehang met beschilderingen te zien is.
Tussen 1760 en 1763 werd het stadhuis verbouwd. Toen werd er een extra verdieping op het gebouw geplaatst. Later, van 1923 tot 1925, volgde een restauratie onder leiding van Willem Penaat, een bekende architect en interieurontwerper uit Amsterdam. Door ruimtegebrek is het stadhuis in de loop der tijd meerdere keren uitgebreid. Ook naastgelegen panden, zoals de Waltastins, zijn toen toegevoegd.
De daklijst van het gebouw rust op versierde consoles (steunen). Deze zijn versierd met symbolen die van links naar rechts staan voor:
Zelfkennis (spiegel)
Lente (bloemen)
Zomer (graanaren)
Gerechtigheid (wetstafels)
Rechtspraak (weegschaal)
Herfst (druiven)
Winter (kweeperen)
Wijsheid (helm van Mercurius)
Het bordes (de stenen trap en toegang) dateert uit 1745 en is gemaakt door de Sneker steenhouwer Gerben Jelles Nauta. Boven de toegangsdeur van het bordes zie je rocailles (schelpvormige versieringen) en het Wapen van Sneek. Het wapen wordt vastgehouden door een leeuw en een wildeman.
Ook boven diezelfde deur is een grote allegorische voorstelling aangebracht:
Een vrouwenfiguur, die staat voor gerechtigheid, overhandigt een pijlenbundel aan een man met een vrijheidshoed. Deze man stelt vrijheid voor. De pijlenbundel is een symbool voor de Republiek der Verenigde Nederlanden.
Op het bordes zie je nog drie symbolische figuren:
een olifant (zachtmoedigheid),
een leeuw (grootmoedigheid),
en een vuurpot (die de hemel voorstelt).
De Kleine Raadzaal is al sinds 1550 in gebruik. Veel van het mooie snijwerk in en aan het stadhuis is gemaakt door Johann Georg Hempel.
Tot slot heeft het gebouw een ruime hal, met aan het plafond de Stedenmaagd en Cupido, die samen het stadswapen dragen.