Aan de Zeedijk, midden in de polder Arkemheen, staat het Stoomgemaal Hertog Reijnout. Meer dan een eeuw zorgde dit imposante gemaal ervoor dat de polder droog bleef. Daarmee speelde het een belangrijke rol in het leven en werken van de bewoners van dit laaggelegen gebied.
De geschiedenis van het gemaal begint al vóór de bouw ervan. Eeuwenlang regelde men de waterstand in de polder met sluizen en een natuurlijk afwateringssysteem richting de Zuiderzee. Toen dat niet langer voldoende was, bouwde men in 1863 een windmolen voor de bemaling. Deze molen kreeg de naam Hertog Reijnout, genoemd naar hertog Reinoud III van Gelre, die in 1356 toestemming gaf voor de aanleg van dijken in de Arkemheense polder.
Twintig jaar later zette men een grote stap vooruit. In 1883 werd de windmolen vervangen door een stoomgemaal. De nieuwe installatie, uitgerust met een stoommachine van Backer & Rueb uit Breda, kon een gebied van ongeveer 3.000 hectare bemalen. Met twee grote schepraderen verplaatste het gemaal enorme hoeveelheden water en hield het de polder droog.
Wie het gemaal bezoekt, ziet nog altijd veel oorspronkelijke techniek. De stoommachine, de tandwielen, de ketel en de twee indrukwekkende schepraderen zijn bewaard gebleven. Juist omdat het complex zo compleet is, kreeg het de status van rijksmonument. Het geldt als een van de mooiste en best bewaarde schepradgemalen van Nederland.
In 1983 nam een elektrisch gemaal de bemaling over en kwam er een einde aan honderd jaar dagelijks gebruik. Daarna werd het stoomgemaal zorgvuldig gerestaureerd. Tegenwoordig functioneert het als werkend monument. Op speciale dagen wordt de installatie onder stoom gebracht en kunnen bezoekers zien, horen en zelfs ruiken hoe de techniek van ruim een eeuw geleden werkte.
Naast het gemaal bevindt zich het bezoekerscentrum Arkemheen, waar informatie te vinden is over de geschiedenis van de polder en het omliggende landschap. Samen vormen het gemaal en het bezoekerscentrum een bijzondere plek waar waterbeheer, techniek en cultuurhistorie samenkomen.