Gebouw 92. Aan de oostzijde van de voormalige werkplaats ligt een aantal tegen elkaar geplaatste hallen met gangen en binnenplaatsen. Het zijn de werkplaats voor wagens (1871), de wagenmakerij met bankwerkerij uit 1891/1902 (gebouw 92) en de derde wagenmakerij (de zogenaamde Koepelhal uit 1902, Gebouw 95).
In het interieur zien we onder meer bijzondere combinaties van houten en stalen constructies, waaronder Polonceau-spanten. Een aantal houten spantbenen rust op zeshoekige gietijzeren kolommen met tulpvormige kapitelen. Het exterieur is kenmerkend voor de periode: een sobere en doelmatige vormgeving met hoekpilasters, kapitelen die aansluiten op een eenvoudig fries met tandlijst, een aantal hoge rondboogvensters met hardstenen dorpels. Vanwege ouderdom, functie, vorm, constructie is dit een waardevol onderdeel van het complex.