
Aan het lommerrijke Wallenpad, ietwat verscholen in het groen, zou je er zomaar aan voorbij kunnen lopen: het theekoepeltje. Het ligt in feite in de achtertuin van Niemeijerstraat 21 en is met het voor publiek afgesloten oorspronkelijke toegangspoortje naast de voorgevel van dat pand, bereikbaar vanaf de straat. Een goed idee dus om dit bijzondere en eeuwenoude rijksmonument wat meer voor het voetlicht te brengen. Iets wat de Vrienden van de Theekoepel al aardig wat jaren doen met onder meer voordrachten van poëzie. Een kleinschalig cultureel podium in de voortuin, met of zonder theeschenkerij, daar is dit historische theehuis dan ook een prima plek voor. Maar de diepere motivatie is om aandacht te vragen voor dit bijzondere pareltje binnen de stadsgracht en te voorkomen dat het (verder) in verval raakt.
Het theekoepeltje is letterlijk op de fundamenten van het voormalige Rijnbolwerk gebouwd, tegen de zuidelijke stadsmuur op een oude vestingtoren. Kort na 1760 geeft Gijsbert Carel van Hogendorp – niet te verwarren met de bekende staatsman – opdracht om het koepeltje te laten plaatsen. De achtkantige vorm van het pand met koepeldak is karakteristiek voor die tijd. Via flink wat traptreden aan de linkerzijde is het bordes te bereiken met de openslaande deuren. De rechtertrap lijkt in de stadsmuur te verdwijnen. Terwijl de heren op jacht waren of druk bezig om de stad te besturen, nipten de dames van stand hier van hun thee. Hoogstwaarschijnlijk binnen, om zo een roomkleurige, vlekkeloze huid te kunnen behouden. Het is ook niet het enige theehuisje dat binnen de stadsgracht heeft gestaan, maar wel het enige overgebleven exemplaar. Reden te meer om zorgvuldig om te gaan met dit veerkrachtige erfgoed, dat al meer dan drie en een halve eeuw onderdeel is van de stad.