In het archief zijn twee niet-uitgevoerde ontwerptekeningen uit 1873 teruggevonden. Hoewel deze plannen nooit letterlijk zijn gerealiseerd, geven ze een waardevolle indruk van de ontstaansgeschiedenis van het pand. Het woonhuis verschijnt voor het eerst in het kadaster in 1876, wat erop wijst dat de bouw ergens tussen 1873 en 1876 heeft plaatsgevonden.
De eerste eigenaar was de stukadoor Johan Heinrich Willers. Het ligt voor de hand dat hij zelf verantwoordelijk was voor de afwerking van het interieur. De rijk gedecoreerde stucplafonds, die nog altijd tot de blikvangers van het huis behoren, zijn waarschijnlijk zijn werk. De rijke stucornamenten zijn voornamelijk in de hal en het trappenhuis nog zichtbaar.
De voorgevel is in de loop der tijd opmerkelijk gaaf bewaard gebleven. Oorspronkelijk stond naast het woonhuis een werkplaats van één bouwlaag onder een zadeldak. Rond 1900 werd deze verhoogd en tegelijkertijd werd aan de achterzijde van de woning een serre toegevoegd, waarmee het pand verder werd gemoderniseerd.
De meest ingrijpende verbouwing volgde in 1931. Nadat tandarts Hoeksema het pand had aangekocht, liet hij de voormalige werkplaats verbouwen tot praktijkruimte en werd de eerste verdieping van het woonhuis uitgebreid. Daarmee kreeg het gebouw een nieuwe functie, waarbij wonen en werken onder één dak werden gecombineerd.
Rond 1960 kwam een einde aan de woonfunctie toen een verzekeringsmaatschappij het pand in gebruik nam. In 2025 is dit rijksmonument aangekocht om het weer geschikt te maken voor bewoning.