Huize Quadenoord ligt centraal op het landgoed dat in 1872 is gesticht. De villa is gebouwd in opdracht van Dirk Hendrik Koker (1863 – 1925). Het is een landhuis in expressionistische baksteenarchitectuur, met belangrijke invloeden van de Amsterdamse School. Tijdens de monumentendagen is de tuin vrij toegankelijk, zodat u van dichtbij dit mooie voorbeeld van de Amsterdamse School kunt bewonderen.
De architecten J. Prins en J.H. Benier, beide afkomstig uit Amsterdam begonnen een bureau in Oosterbeek. Van de beide architecten is weinig bekend. Benier woonde in Oosterbeek en is regionaal bekend van onder meer zijn ontwerp van woningen voor de bouwmaatschappij Veritas uit 1924 en zijn bijdrage aan het uitbreidingsplan van Renkum uit 1926. Prins was geboren in Amsterdam en hield daar waarschijnlijk ook kantoor. Samen voerden zij het architectenbureau ‘Prins en Benier Architecten’, gevestigd in Oosterbeek/Amsterdam. Als aannemer werd W.H.A. Wijnen ingeschakeld. Van de architecten zijn nog twee panden bekend in de gemeente Renkum: Villa Laura in Renkum aan de Bennekomseweg en een woonhuis aan de Julianaweg in Oosterbeek.
Bloemenserre
Door de ligging op een ruime kavel buiten de stad, noemden de architecten ‘Huize Quadenoord’ ook wel een ‘landhuis’ Door deze vrije ligging konden de architecten ook goed rekening houden met de het zonlicht in de verschillende vertrekken. Zo ontwierpen ze binnen een bloemenserre en bedachten ze dat de veranda en de representatieve woonkamer aan de zuidzijde van het huis moesten komen. Doordat het huis iets hoger lag, hadden de bewoners aan de westzijde een fraai uitzicht over het Renkums Beekdal. De dienstvertrekken, zoals de keuken en bijkeuken lagen aan de noordzijde van het huis. De architectuur is speels en heeft een ‘expressionistische vormgeving’ met gebogen gevellijnen en opvallende erkers.
Kantelen
In 1970 is het huis aangepast en zijn de veranda en open plaats dichtgezet. Later heeft de balustrade van het balkon in de linker zijgevel ‘kantelen’ gekregen: een wand waarbij muurdelen en openingen elkaar afwisselen zoals je ook wel bij kastelen ziet .Verder hebben alle houten vensters en dakkapellen uit de bouwtijd ramen met een roedeverdeling gekregen, dus met meerdere ruitjes in een kozijn. Alleen het venster in het trappenhuis is nog origineel. Daarnaast waren waarschijnlijk de bovenlichten van alle vensters op de begane grond in de voorgevel, linker zijgevel en achtergevel (en het raam in het trappenhuis) gevuld met gekleurd glas-in lood. Enkele vensters konden aan de buitenzijde afgesloten worden met luiken. Op de betreffende kozijnen zijn nog de duimen aanwezig, evenals de daarnaast in de gevel geplaatste wervels of luikklemmen. De hekpalen en garage zijn tegelijkertijd met het huis gebouwd en hebben identieke stijlkenmerken.