



De kerk (met een driezijdig gesloten koor) is in 1648 gebouwd nadat de oude kerk verwoest was tijdens de tachtigjarige oorlog. Bij deze nieuwbouw werd echter geen toren aan de kerk toegevoegd. De bakstenen neogotische toren dateert uit 1869. De verzwakte bodem van de wierde vormde jarenlang een bedreiging voor de kerk. Maar met een versterking van de fundering, die tijdens de grote restauratie in de jaren 2007-2008 werd aangebracht, is het behoud van dit kerkgebouw gewaarborgd.
De kerk heeft een kort schip, een driezijdig gesloten koor en heeft zowel aan de zuid- als aan de noordzijde drie grote spitsboogvensters. Het muurwerk kreeg bij de herstelbeurt in 1875 een pleisterlaag waarin imitatie-natuurstenen blokken zijn ingetekend en waarbij de vensters geprofileerde sierlijsten kregen met gegoten ornamenten in de top.
Het interieur heeft enkele originele/historische onderdelen zoals de preekstoel en de herenbanken uit de zeventiende eeuw. Overige interieurstukken stammen uit de negentiende eeuw. Tijdens die moderniseringsslag zijn andere zeventiende-eeuwse onderdelen, zoals doopvont en doophek, verloren gegaan. De kerk ligt achter de pastorie aan de doorgaande weg. Via twee kerkpaden is het kerkgebouw te bereiken. Rondom de kerk is een begraafplaats en aan de noordzijde van de kerk staat een baarhuisje.
De kerk ligt op een wierde, waarvan een deel in 1906 is afgegraven onder leiding van de bekende archeoloog Prof. Van Giffen. De wierde ligt aan de westkant van de Hoogeweg (in het verlengde van de Friesestraatweg) en het Reitdiep, ten noordwesten van de stad Groningen. De kerk wordt omgeven door een klein kerkhof met lijkenhuisje; op de wierde naast de kerk staat nog een pastorie uit 1829 en een verenigingsgebouw uit 1985. Aan de westzijde van de kerk staat een monumentale kop-hals-romp-boerderij uit 1731.