In 1763 kreeg Pieter Boers uit Sliedrecht een vergunning van het stadsbestuur van Arnemuiden voor de oprichting van een scheepstimmerwerf met sleehelling. Deze eerste werf en helling waren gelegen bij het Nieuwe Hoofd achter de voormalige kolenpakhuizen. In hetzelfde jaar verhuist Jacobus Meerman van Biezelinge naar Arnemuiden. Waarschijnlijk ging deze Jacobus werken op de scheepswerf van Boers. Boers verkoopt zijn bedrijf in 1766 aan Gillis Fafa uit Schiedam.
Nadat de werf verschillende keren van eigenaar werd verwisseld, koopt Jacobus Meerman in november 1786 de scheepswerf met loods, kanthelling en gereedschappen. Vanaf dat moment is het een familiebedrijf. De werf groeit uit tot een flink bedrijf. In 1805 komt er een loods achter de werf voor de berging van hout. In 1811 wordt een tweede helling aangelegd. Meer uitbreidingen volgen: een houten werkloods en nog een helling. Uiteindelijk beschikt de werf over drie hellingen waar meerdere gebouwen en werkplaatsen omheen staan. Over een tijdspanne van twee en een halve eeuw zijn er op deze werf zo’n tweehonderd hoogaarzen, vissersschip van de Zeeuwse delta, van de helling het water in gegleden.
Tot eind 2003 blijft de scheepswerf in handen van nazaten van Jacobus Meerman.
De museumwerf