
Van het einde van de 16e eeuw tot de eerste helft van de 18e eeuw werden de bewoners van Weert en verre omtrek geconfronteerd met oorlogs- geweld. Vooral de bevolking van het platteland, waar geen kastelen en mu- ren bescherming boden, had veel te verduren van doortrekkend krijgsvolk. De boerenbevolking ging haar eigen beveiliging organiseren. Zo ontstond er in praktisch elk dorp of gehucht ‘een schans’, een gracht omgeven aarden versterking. Binnen de schans huurde ieder een stukje grond waar een eigen hutje werd gebouwd om te schuilen in tijd van gevaar. Toen het in de 18e eeuw wat rustiger werd op het platteland bleven de schansen nog intact. De schansen bleven meestal in bezit van de bewoners. De kosten van het onderhoud werden gedragen door verpachting van de grond, het viswater én de verkoop van bomen.
Zo woonde in 1729 op de Boshoverschans wapenhandelaar Cornelis Egens. Ene Simon Linssen kreeg toestemming zich te vestigen als kluizenaar, mits hij school zou houden. Het schooltje bleef in stand tot 1838. De schanswal werd in 1863 geslecht en met de vrijgekomen grond werd een deel van de gracht gedicht. De schans en de kapel bleven eigendom van het gehucht. De overige gronden werden uiteindelijk verkocht.
In 1979 werd de “Stichting Schans en Kapel van het Gehucht Boshoven” opgericht. In kas bevond zich 100 gulden. Deze stichting zorgt tot op heden voor de instandhouding en het gebruik van de Schans en de Kapel. De Kapel is in 1985 grondig gerestaureerd met medewerking van zo’n 50 bewoners van Boshoven. Het archiefmateriaal is in bruikleen overgedragen aan het gemeentearchief. De kapel is rijksmonument en de Boshoverschans heeft inmiddels de status van gemeentelijk beschermd dorpsgezicht.